‘Rijinstructeur plakt vaak zijn eigen denkwijze op de leerling’

Rijinstructeurs ‘plakken’ vaak hun eigen manier van denken op hun leerling of cursist. Maar denkt de instructeur zelf bijvoorbeeld in grote lijnen en de leerling in details, dan zijn het net een Fransman en een Engelsman die elkaar niet begrijpen. “Om effectief les te kunnen geven is het van belang om erachter te komen op welke manier een bepaalde leerling denkt. Door jezelf als rijinstructeur daarin te trainen, kun jijzelf ook flexibel worden in het overnemen van de vorm van communiceren van de kandidaat.” Dat stelde trainer Sjaak de Coninck tijdens de trainingsdag voor NLP en Verkeersangst in Driebergen.

Denkt een leerling in grote lijnen of in details? Focust hij zich op doelen of op wat mis kan gaan? En kijkt hij naar wat klopt of waar iets mist? Het zijn voorbeelden van zogenaamde metaprogramma’s, die aangeven op welke manier iemand denkt. “‘Moeilijke leerlingen’ bijvoorbeeld, bestaan helemaal niet. De rijinstructeur heeft in zo’n geval gewoonweg nog niet het gereedschap om goed te communiceren met zo’n kandidaat en echt bij hem binnen te komen”, zo stelt de trainer. “En daar is altijd wat aan te doen.”

Rijinstructeur

Metaprogramma’s: bij het horen van de term denkt de ene persoon aan hogere wiskunde, de ander vindt het voornamelijk als iets ‘moeilijks’ klinken, zo bleek uit reacties van de zestien rijinstructeurs die donderdag deelnamen aan de eendaagse training. “Maar eigenlijk is het niet veel meer dan de manier van denken van een leerling”, zo legt De Coninck uit. “Er bestaan 19 verschillende metaprogramma’s, waarvan er een aantal ook handig zijn tijdens de rijles. Het zijn hulpmiddelen om beter te leren communiceren en daarmee betere resultaten uit leerlingen te halen of te gebruiken als je met verkeersangstigen werkt.”

Want blijft een rijinstructeur bijvoorbeeld tijdens een eerste rijles met de beste bedoelingen maar doorvragen, dan wordt de kandidaat gillend gek als hij zelf globaal is ingesteld, aldus de trainer. “Een rijinstructeur denkt geïnteresseerd te moeten zijn en wil daarom weten of de kandidaat nog in zijn ouderlijk huis woont, in een rijtjeshuis is of een flat en met een balkon of een tuin erbij. De globaal ingestelde leerling voelt zich dan opeens veel minder op zijn gemak. NLP biedt relatief eenvoudige manieren om de communicatievorm van bijvoorbeeld een rijbewijskandidaat vast te stellen. Dit soort situaties kun je daarmee gemakkelijk vermijden.”

Matchen

In sommige gevallen is het helemaal niet erg als de metaprogramma’s bij twee mensen niet overeenkomen, zo verduidelijkt De Coninck. “Denk maar aan een automonteur die je eerst langdurig gaat vertellen in wat voor een fantastische auto je rijdt en hoe goed je haar zit, omdat hij een ‘matcher’ is. Dit terwijl hij vervolgens moeilijkheden heeft om het mankement aan je lesauto te vinden en de klok maar door tikt. Daar heb je niet zo veel aan. Laat hem maar vooral gericht zijn op wat er fout is en dus een ‘mismatcher’ zijn. Hij hoeft niet teveel aandacht te besteden aan wat jullie gemeenschappelijk hebben.”

In de lesauto is het een ander verhaal, zo stelt de DCTM-trainer. “Omdat de kandidaat van de rijinstructeur moet kunnen leren, is het belangrijk dat hij zich op zijn gemak voelt. De manier van communiceren tussen kandidaat en rijinstructeur moet dus echt overeenkomen. Zo niet, dan komt de informatie niet aan.”

Metaprogramma

Metaprogramma’s kunnen overigens ook wisselen, zo wordt aangegeven. Zo kan bijvoorbeeld een rijinstructeur op zakelijk gebied heel specifiek zijn, maar in zijn vrije tijd voornamelijk in grote lijnen praten. “Maar meestal reageren mensen op dezelfde manier: ze zitten vastgeroest. Dat is een probleem. Want kijk maar wat er met stilstaand water gebeurt: dat gaat rotten en stinken. Het is dus belangrijk om van metaprogramma’s te kunnen wisselen en daarin flexibel te zijn. Anders wordt het weer dat verhaal van die Engelsman en die Fransman. En dat doet weinig voor de productiviteit in de lesauto.”

Volgens De Coninck kun je de metaprogramma’s van iemand vaststellen door voornamelijk naar het ‘vervoersmiddel’ en niet zo zeer naar de inhoud van gespekken te luisteren. “Natuurlijk moet je luisteren naar wat de leerling zegt, maar alleen al de woordkeuze en manier van praten zegt heel veel over de persoon. Zo kan ik bijvoorbeeld aan een van jullie vragen wat er vanochtend na  binnenkomst in dit gebouw gebeurde. Als diegene vertelt ‘Ik kwam binnen en kreeg vervolgens koffie met melk en suiker en daarna kreeg ik een sticker met mijn naam erop geprint, die ik vervolgens op mijn trui heb geplakt’, dan hoef je eigenlijk al niet verder te luisteren om te weten dat die persoon in details praat. Op het moment dat je zo iemand rijles zou gaan geven, dan werkt het dus beter om tijdens uitleg en in gesprekken details te gebruiken.”

Kandidaat

Ook van belang bij beter leren communiceren is de zintuiglijke voorkeur van de kandidaat, zo legt de trainer uit. “Sommige mensen zijn visueel ingesteld en dus gericht zijn op ‘zien’, anderen auditief en dus gericht op gehoor of het zijn ‘gevoelsmensen’. Vraag je aan iemand die auditief is ingesteld of de autostoel lekker zit en of de temperatuur in de auto goed is, dan heeft die persoon daar helemaal geen boodschap aan.” Maar rijdt die leerling op navigatie, dan kan het bijvoorbeeld wel weer goed werken om het geluid aan te zetten, aldus de trainer. “Dit omdat die persoon zaken het beste in zich opneemt door te luisteren. Het is van belang om met de kandidaat in de pas te lopen. Dan voelt de leerling zich ook het meest op het gemak en leert het snelst.”

Volgens de NLP-trainer zijn er veel technieken om erachter te komen waar de voorkeur van een specifieke persoon ligt. “Maar je kunt met kleine aanwijzingen al een eind komen. Want vraag je bijvoorbeeld naar het weekend van je kandidaat, dan praat die persoon vaak in plaatjes, geluiden of gevoel. Heb je een visueel ingestelde kandidaat voor je, dan kun je daar in de gesprekken die volgen rekening mee houden. Dan vraag je bijvoorbeeld niet wat zijn gevoel ergens bij is, maar letterlijk hoe hij ergens tegenaan ‘kijkt’.”

Praktijk

Als NLP’er heeft De Coninck naar eigen zeggen al veel relaties zien veranderen door de manier van communiceren op elkaar af te stemmen. “Niet alleen in de lesauto, maar ook in het dagelijks leven van mensen. Ik heb in mijn functie als therapeut wel eens een stel bij me gehad van wie de vrouw dacht dat haar man niet meer van haar hield. Hij liet het nooit blijken, zei ze. Toen ik haar man ermee confronteerde, was hij stomverbaasd. ‘Ik zeg iedere dag dat ik van haar hou’, vertelde hij.”

De vrouw bleek visueel ingesteld, de man auditief. En doordat de man het in woorden zei, drong het minder goed tot haar door, aldus De Coninck. “Hij heeft vervolgens een mooie bos bloemen voor haar gekocht en het probleem was opgelost. Ze moesten gewoon van elkaars voorkeur bewust worden gemaakt.”

Verkeersangst

NLP-technieken kunnen tevens op personen met verkeersangst worden toegepast, zo stelde hij tijdens de trainingsdag in Driebergen. “Iemand die bijvoorbeeld bang is voor de snelweg vanwege de angst om vrachtauto’s in te halen, kan door middel van verschillende technieken worden geholpen. Vaak kijkt een kandidaat bij het inhalen bijvoorbeeld naar de enorme wielen van een vrachtauto. Hij kijkt daarbij naar beneden, waardoor het ‘gevoel’ wordt aangesproken. De persoon in kwestie krijgt vervolgens dus een slecht gevoel.”

“Als ik weet dat een leerling in mijn lesauto angst heeft voor inhalen, dan vraag ik op het moment dat we het voertuig passeren welke kleur T-shirt de vrachtautochauffeur draagt. De kandidaat moet dan omhoog kijken, waardoor hij niet meer in zijn gevoel ‘kruipt’. Het slechte gevoel neemt vervolgens af. Want laat een kind maar eens omhoog kijken en huilen tegelijk. Dat gaat niet samen.”

Metaforen

NLP werkt veelal met metaforen. “Zo vragen we bijvoorbeeld hoe de angst van een verkeersangstige voelt: ruw of glad, rond of vierkant enzovoorts. Op het moment dat iemand het gevoel heeft dat er watten in zijn maag zitten, en hij wrijft er met zijn hand over, dan kun je vragen om de andere kant op te wrijven. De angst zal zakken.”

“Of als het voelt als een vuurbal, dan wordt de angst minder op het moment dat je die persoon de bal letterlijk weg laat schoppen”, zo stelt De Coninck. ‘Logica brengt je van A naar B. Verbeelding daarentegen brengt je overal.”

Trauma

Volgens De Coninck moet overigens geen misverstand bestaan over de term ‘verkeersangst’. “‘Verkeersangst’ is een verzamelnaam voor rijangst, verkeersfobieën en verkeerstrauma’s. Van rijangst is sprake als iemand een matige basisvaardigheid heeft, omdat die persoon ooit het rijbewijs heeft gehaald, maar weinig ervaring heeft opgedaan of alleen het spreekwoordelijke rondje rond de kerk rijdt. Bij een verkeersfobie gaat het om specifieke angsten voor bijvoorbeeld het rijden in tunnels of op snelwegen. Er wordt ontwijkingsgedrag vertoond, terwijl het om irrationele angsten gaat. Dan is iemand bijvoorbeeld bang om op de snelweg opeens een keer aan het stuur te trekken. Als je aan diegene vraagt hoe vaak dat al is voorgekomen, dan is het nog nooit gebeurd.”

Rijinstructeurs+ kunnen kandidaten in de eerste twee categorieën behandelen en begeleiden. “De derde categorie met mensen met verkeerstrauma’s moet echter aan therapeuten worden overgelaten”, zo stelt De Coninck. “Als je die mensen zonder verdere kennis probeert te helpen, dan kun je het vergelijken met een korst op een wond die je open gaat krabben, zonder dat je pleisters en ontsmettingsmiddel hebt. De wond gaat ontsteken, waarna een getraumatiseerd persoon er achteraf nog slechter aan toe is dan voordat er goedbedoelde hulp werd geboden.”

Rijinstructeur+

Omdat er een groeiende vraag is naar rijinstructeurs die zich gespecialiseerd hebben in NLP en Verkeersangst, ontwikkelde Sjaak de Coninck van DCTM een eenjarige opleiding tot Rijinstructeur+. Deze bestaat uit 19 lesdagen en een examendag en wordt gegeven door gecertificeerde NLP-trainers en een psycholoog.

Rijinstructeurs die slagen voor de opleiding ontvangen een NLP-Practitioners-certificaat met als specialisatie Verkeersangst en kunnen zich daarmee op een onderscheidende manier in de markt zetten. De volledige opleiding tot Rijinstructeur+ telt inmiddels ook mee voor 4 dagdelen WRM 37 rijangst-bijscholing. De trainingsdag was een voorproefje op de gehele opleiding. DCTM komt daarnaast binnenkort met een WRM/RIS-bijscholing ‘Leerlingherkenning en -begeleiding. “Deze zit ook vol met NLP-technieken”, aldus de trainer.

Roosmarijn Dierick

Auteur: Roosmarijn Dierick

5 reacties op “‘Rijinstructeur plakt vaak zijn eigen denkwijze op de leerling’”

Jan Tienstra|19.03.15|13:00

Ik onderschrijf volledig hetgeen in dit artikel aan de orde is gekomen.
Heb de opleiding Rijinstructeur+ bij DCTM met goed gevolg afgerond in 2014.
Het geeft je zowel zakelijk als privé zoveel meerwaarde! Alle lof voor deze prachtige opleiding!

Joop Jonker|19.03.15|19:20

Goed om te horen dat wij van Taal van de Weg zo’n vooraanstaand medestander hebben gevonden. Dit is precies wat wij al jaren verkondigen. zie het decembernummer van Verkeerspro.

Joop Jonker, Taal van de Weg

Martin plopsla|20.03.15|13:25

wat je allemaal niet moet weten als instructeur en dan willen ze in het nieuwe cao 10,76 bruto per uur gaan geven .??????????????????????
wat verdient een leraar en die hoeft niets per leerling te onthouden of te leren die geeft klassikaal les.
carriere swits mischien heb je in ieder geval 8 weken in de zomer vrij en de rest van de vakantie dagen maar te zwijgen.

Youran van Ark|20.03.15|13:45

Amen Martin!

Leo Westphal|10.04.15|17:20

Ik ben het persoonlijk niet eens met de heer De Coninck, denk niet dat zo onverstandig is om iets van je eigen ervaringen mee te geven aan een leerling.
Het is net als bij opvoeden van kinderen een utopie dat zij een kopie van de ouders worden. Ook al doe je als ouder zo je best. Maar om een gedragsverandering mee te geven aan rijschool leerlingen zal je over de nodige levenservaring moeten beschikken.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.