bijscholing, rijinstructeur, WRM

LBVI: startdocument rijschoolsector draagt niet bij aan kwaliteitsverbetering

De opleiding voor rijinstructeurs behoeft zeker verbetering, maar de voorstellen die brancheorganisaties BOVAG, FAM en VRB eerder deze maand aandroegen in hun gezamenlijk startdocument voor de politiek, bieden daarvoor niet de oplossing. Dat is de overtuiging van Arnold Beumer, de voorzitter van de LBVI, de landelijke belangenvereniging voor verkeersopleidingsinstituten.

In aanloop naar de behandeling van het wetsvoorstel voor de herziening van de WRM (Wet Rijonderricht Motorrijtuigen) door de Tweede Kamer hebben de brancheorganisaties op verzoek van de politiek de problemen in kaart gebracht en oplossingen voorgedragen. De plannen staan in een startdocument, dat de brancheorganisaties vorige week hebben gepresenteerd.

De LVBI ziet er weinig heil in. “Ze gooien het over de verkeerde boeg”, meent Beumer. Verhogen van de opleidingseisen voor rijinstructeurs bijvoorbeeld, zoals de brancheorganisaties graag zouden zien, gaat volgens hem niet leiden tot betere instructeurs. Integendeel zelfs. “Hoog opgeleide instructeurs zijn juist vaak de minste instructeurs omdat ze minder goed met mensen kunnen omgaan”, is zijn ervaring. “Bovendien worden de kosten van de rijopleiding daardoor onbetaalbaar.” In plaats van de opleidingseisen van kandidaat-rijinstructeurs te verhogen, zou je volgens hem in de opleiding beter extra aandacht kunnen geven aan de omgang met vaak totaal verschillende leerlingen.

Drempel

Wat de LBVI-voorzitter ook mist in het startdocument is een verscherping van de eisen om een rijschool te kunnen beginnen. In het startdocument stellen de brancheorganisaties wel voor om een onderdeel ondernemersvaardigheden op te nemen in de rijinstructeursopleiding, maar dat gaat in de ogen van Beumer niet ver genoeg. “Werp een drempel op, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat rijinstructeurs de eerste vijf jaar geen rijschool kunnen beginnen. Ik denk dat je dan al veel problemen hebt opgelost.”

Beumers voornaamste kritiekpunt is echter dat de verbeterpunten van de brancheorganisaties vrijwel uitsluitend gericht zijn op instructeurs die nieuw het vak instromen. “Maar wat doe je met de bestaande instructeurs?”, vraagt hij zich af. Die zouden het vertrekpunt moeten zijn voor kwaliteitsverbetering in de rijschoolsector.

Erkenningsregeling

Een erkenningsregeling voor opleidingsinstituten die de instructeursopleidingen verzorgen, kan veel problemen oplossen, denkt Beumer. Zo’n regeling zou een einde kunnen maken aan de wildgroei aan opleidingen, waarvan de kwaliteit erg wisselend is. Ruim tien jaar geleden heeft de LBVI al eens een poging gedaan om een erkenningsregeling van de grond te krijgen, maar dat is destijds niet gelukt. “Nu is het een gepasseerd station”, vreest Beumer, hoewel de noodzaak er volgens hem nog steeds is.

Tot spijt van Beumer is de belangenorganisatie van opleidingsinstituten niet gevraagd om een bijdrage te leveren aan het startdocument van BOVAG, FAM en VRB. In het plan van de drie brancheorganisaties ziet hij weinig nieuwe maatregelen naar voren komen. ” Ik zie het niet echt als aanzet voor verbetering, hooguit voor de toekomst, voor de nieuw opgeleide instructeurs. Maar dan zijn we dertig jaar verder.” 

CBR

In tegenstelling tot de LVBI is het CBR een stuk positiever over de inspanningen van de drie brancheorganisaties. “Het CBR vindt het heel goed dat de rijschoolbranche werk maakt van de professionalisering van de sector. Onze examinatoren zien graag kandidaten die door hun opleider goed zijn voorbereid op een veilige deelname aan het verkeer”, zo laat het CBR weten. Het bureau voor de rijvaardigheid draagt zelf onder meer bij aan de kwaliteitsverbetering door maatregelen als het aanscherpen van de inschrijvingsovereenkomst met de opleiders per 1 augustus 2015 en het steekproefsgewijs controleren van de geldigheid van de WRM-pas van de rijinstructeurs bij examens.

Als het aan de brancheorganisaties ligt zou het CBR meer toezichthoudende taken op zich nemen, maar dat is voor het bureau een brug te ver. “De toezichtstaak zit bij politie en binnenkort, na inwerkingtreding van de aangepaste wet (Wet Rijonderricht Motorvoertuigen) die in de Tweede Kamer ligt, ook bij Inspectie Leefomgeving en Transport”, zo zegt het CBR in een reactie.

Het IBKI, het instituut voor de examinering en certificering in de mobiliteitsbranche, wil niet reageren op de plannen van de brancheorganisaties.

Lees ook:

Brancheorganisaties pakken wantoestanden rijschoolsector aan

Auteur: Yvonne Ton

3 reacties op “LBVI: startdocument rijschoolsector draagt niet bij aan kwaliteitsverbetering”

Wilbert van Beersum|10.09.16|12:14

Er zijn ontzettend veel goede rijinstructeurs in Nederland professioneel bezig met het opleiden van bestuurders. De WRM bijscholingen worden door de meeste rijinstructeurs enorm gewaardeerd waardoor zij hun aanpak verfijnen. Kwaliteitsverbetering moet plaats vinden. Maar dat geldt niet voor iedereen. CBR observeert en beoordeelt de kwaliteit van rijinstructeurs. De consument kiest. Laten we met elkaar kiezen voor kwaliteit.
Wilbert van Beersum (directeur Veldhovense Rijinstructeurs Opleiding)

Kees Foks|12.09.16|11:09

Is de instroom van rijinstructeurs al aangepast aan de vraag? En geven de opleiding instituten een realistische beeld van de mogelijkheden?
zodat er niet instructeurs van de opleiding afkomen die niet aan werk geraken en dan maar voor zichzelf beginnen.
Kwaliteit verbetering is een leuk en goed klinkend begrip. Maar het is tijd dat er aan de financiële kant van dit type onderwijs door de overheid eens gesleuteld gaat worden. De eisen moeten wel in overeenstemming komen met het inkomen.

Amptenaar|14.09.16|23:01

Heer Wilbert van Beersum:
1. waar is uw onderbouwing.
2. De manier zoals u de instructeurs opleidt is een stoorfactor tijdens de rijles. Hoe komt u aan uw bewering dat de meeste instructeurs te vreden zijn?
3. Wanneer kan ik samen met u een rijles geven aan een willekeurige leerling.
GRAAG ANTWOORD HEER WILBERT VAN BEERSUM!

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.