Motorrijles, rijinstructeur, leerling, cat. A, rijschool, Viatura

CBR: dit is de bedoeling bij het motorpraktijkexamen

Het CBR wil dat er meer uniformiteit komt in het motorpraktijkexamen. Sinds het examen in 2013 zijn ingevoerd, is de aanpak en de bedoeling ervan niet meer besproken, laat het CBR weten. Zo blijkt dat de stopopdracht maar weinig aan bod komt tijdens het examen. Het CBR heeft een aantal afspraken op een rij gezet om meer duidelijkheid te geven aan de opleiders en de examenkandidaten over wat ze kunnen verwachten.

Vorig jaar kwam al de uniformiteit bij het autopraktijkexamen aan bod. Dit werd onder meer uitgebreid besproken tijdens het examenplaatsoverleg, waar het CBR aan de aanwezige rijinstructeurs per onderdeel uitleg gaf over wat er van de examenkandidaat verwacht werd. Nu is het dus ook tijd om de onderdelen van het motorpraktijkexamen op een rij te zetten. Peter Moen, docent vaktechnische scholing bij het CBR, geeft bij elk onderwerp een toelichting.

Bijzondere manoeuvres

Tijdens het praktijkexamen A2 getrapt en A getrapt worden twee productieve bijzondere manoeuvres uitgevoerd. “We hebben nu vier bijzondere manoeuvres in het AVD-examen: de omkeeropdracht, de parkeeropdracht, het wegrijden uit een parkeervak en het stapvoets rijden. De examinator kiest er twee van. De kandidaat moet de oefeningen kunnen uitvoeren volgens de regels die gelden bij het AVB-examen.”

Stopopdracht

De stopopdracht wordt tijdens het praktijkexamen uitgevoerd, meestal twee keer. “De stopopdracht is geen nieuwe oefening, maar blijkt in de praktijk weinig aan bod te komen. Die zullen onze examinatoren dus vaker gaan vragen. En voor alle duidelijkheid: de oefening heet de stopopdracht. Als iedereen deze benaming hanteert kan er ook geen verwarring ontstaan als de examinator deze opdracht geeft aan de kandidaat.”

Zelfstandig routerijden

Tijdens het praktijkexamen A getrapt komt naast de twee productieve bijzondere manoeuvres ook het zelfstandig routerijden aan bod. “Hier zijn drie vormen van: het rijden naar een oriëntatiepunt, het rijden met navigatie en het rijden naar of het volgen van een opgegeven bestemming of en route dmv bewegwijzering. Als er gebruik wordt gemaakt van navigatie, dan is het belangrijk dat de instructies via de portofoon altijd de gesproken instructies via het navigatiesysteem overrulen. De mondelinge ingreep van de instructeur moet dus altijd hoorbaar zijn voor
de kandidaat.”

Gebruik van rijassistentie

“ADAS-systemen (rijassistentie, red.) zijn toegestaan, mits ze de rijtaak van de bestuurder niet volledig overnemen. Er zijn ADAS-systemen die het toerental verhogen om bij lage snelheden te voorkomen dat de motor afslaat. Dit systeem is een discussiepunt geweest, maar is wél toegestaan bij de examens.”

Het gebruik van ADAS is op vrijwillige basis. “Net als bij de praktijkexamens B is het gebruik van ADAS-systemen vrijwillig.” Of ADAS nu wel of niet gebruikt wordt, beoordeling van het rijgedrag blijft conform de huidige rijprocedure. “Er is geen verschil in beoordeling van de rijvaardigheid van de kandidaat als er met of zonder ADAS wordt gereden. De rijprocedure is voor beide situaties het uitgangspunt.”

Kentekenbewijs

“Aangezien we van een examinator niet mogen verwachten dat hij op het zicht kan beoordelen binnen welke categorie een motor valt, moet de instructeur bij aanvang van het examen het kentekenbewijs kunnen laten zien. Of een kopie daarvan, ondertekend door één van de examinatoren.”

Kledingeisen

“Een goede uitrusting beschermt de motorrijden bij een val, maakt hem ‘zichtbaar’ en zit comfortabel. Gehoorbescherming wordt bij lange ritten zeker geadviseerd. (Gehoor)bescherming, zichtbaarheid en comfort zijn vereisten voor een op de motorrijder toegesneden uitrusting.”

Een goede uitrusting bestaat uit:

  • Een helm, zoals beschreven in art. 60 lid 1 van het RVV 1990.
  • Handschoenen of wanten moeten de hand volledig en het polsgewricht zoveel mogelijk bedekken.
  • Beschermende kleding, bij voorkeur voorzien van protectiemateriaal. De broek bedekt de benen volledig, de jas bedekt het bovenlichaam en de armen volledig.
  • Schoeisel, moet tenminste de enkel bedekken.
  • Oogbescherming.
  • Gehoorbescherming.

“Alle uitrusting is bij voorkeur speciaal bedoeld voor motorrijders. De kleding, handschoenen en het schoeisel moeten zodanig stevig zijn, dat deze bij contact met het voertuig of het wegdek een redelijke mate van bescherming bieden. Ook moet deze kleding bescherming bieden tegen de heersende en redelijkerwijs te verwachten weersomstandigheden.”

Stapvoets rijden

“Het stapvoets rijden mag de examinator beoordelen vanuit de auto.”

Hoger vermogen categorie A

Voor een motorrijtuig voor het motorexamen A geldt momenteel een vermogen van ten minste 40 kW. Op basis van Europese wetgeving wordt dat vermogen met ingang van 31 december 2018 verhoogd naar tenminste 50 kW.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Onderwerpen: , ,

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.