VRB-voorzitter Eric Bakker bij zijn rijschool in Vlijmen

‘Ik maak me zorgen over het niveau van nieuwe rijinstructeurs’

Peter van Neck sprak zijn vertrouwen al uit bij zijn afscheid als voorzitter van VRB: Eric Bakker is volgens hem een geschikte opvolger voor de branchevereniging. De komende tijd moet blijken hoe hij het gaat doen. Aan zijn passie voor het vak ligt het in ieder geval niet, zo wordt duidelijk uit een interview dat RijschoolPro onlangs met hem hield. “Vaak wordt gezegd dat als je niks meer kunt, je altijd nog rijinstructeur kunt worden. Schandalig.”

Ben je al helemaal ingewerkt als voorzitter van de VRB?

“Ik heb een jaar meegedraaid als vicevoorzitter en een hoop mensen leren kennen. Hoewel dat best snel gaat, zijn het toch ook wel heel veel mensen die je nog niet kent. Ministerie, CBR, politici. Ook komen er allerlei nieuwe termen voorbij waar je nog nooit mee te maken hebt gehad: CEC, BVO. Welk poppetje hoort waar bij? Daar komt best veel bij kijken.”

Wat is eigenlijk jouw achtergrond?

“In 1991 ben ik voor mezelf begonnen vanuit mijn woning in Herpt. Ik riep namelijk al heel lang dat het beroep van rijinstructeur me heel leuk leek. Ik kom uit de werktuigbouwkunde. Vervolgens ben ik in het transportwezen terechtgekomen. Het probleem is alleen dat je geen studie kunt volgen naast dit werk. In die tijd was de rijinstructeursopleiding een studie waar je veel voor moest doen. Dat ging niet zoals nu, met het volgen van een online opleiding. Daarom ben ik weer teruggegaan naar mijn eerdere beroep in de werktuigbouw. Ondertussen haalde ik mijn bevoegdheid voor alle categorieën, ben ik gaan werken als touringcarchauffeur en bouwde mijn rijschool op. Dat waren hectische weken, want nee zeggen was er namelijk niet bij.

Je kunt tegenwoordig online je instructeurspapieren halen, terwijl je dit vak niet vanaf een schermpje of papier kunt leren. Dat is onmogelijk.

Mijn vrouw Sophia had eveneens een drukke baan, zij werkte bij Wegener. Ondertussen liepen er thuis nog twee kinderen rond: Bas, inmiddels 25 (werkt ook in de rijschool, red.) en Fieke (nu 22). Zondagochtend waste je de auto’s en deed je de boekhouding. Alleen zondagmiddag had je even weekend. Achteraf denk ik: heb ik dat allemaal gedaan? Maar ja, het is toch gelukt.

Al gauw namen we extra personeel in dienst. Een eerste medewerker is een hele stap: wat als ik geen werk voor hem heb? Maar van één naar twee wordt al iets makkelijker, en van twee naar drie ook. Ondertussen zitten we aan zeven fulltime personeelsleden plus twee parttimers. Het is alleen een enorme klus om aan goed personeel te komen. Ik ben daarom vier mensen zelf gaan opleiden tot instructeur. Als ik zie hoe een instructeur nu van de opleiding komt en die begint voor zichzelf, dan maak ik me daar wel zorgen over. De huidige WRM heeft hierop ingespeeld, en de opleiders ook. Je kunt namelijk tegenwoordig online je instructeurspapieren halen, terwijl je dit vak niet vanaf een schermpje of papier kunt leren. Dat is onmogelijk.”

Hebben opleiders in de huidige WRM te veel ruimte gekregen om de opleiding op deze manier in te richten?

“Dat denk ik wel. Dat is zonde. Wie nu van de opleiding af komt, heeft nog honderden uren aan begeleiding nodig om op goed niveau te kunnen werken. Ze worden bovendien examengericht opgeleid. Het gaat vaak meer over het Nederlands lezen dan over het RVV. De focus moet verlegd worden. Bovendien worden er veel te veel mensen aangenomen in de opleiding, die cursusgeld betalen en er vervolgens het traject niet afmaken. Dan gaat het toch alleen maar om geld?

Er wordt bovendien te vaak gezegd dat als je niks meer kunt, je altijd nog rijinstructeur kunt worden. Schandalig, want het is een heel veelzijdig en zwaar beroep. Ik wil dat ons beroep meer gewaardeerd gaat worden. Wij zouden ook liever willen dat het personeel beter betaald wordt. Als de marges beter worden, kunnen wij ook investeren in betere bijscholingen. Uiteindelijk moet de verkeersveiligheid omhoog, want daar gaat het uiteindelijk om.”

Van rechts kwam een rode auto. Zij had geleerd: een rode auto betekent altijd voorrang verlenen.

Maar nu sta jij mede aan het roer, als voorzitter van de VRB.

“Een beetje wel ja. Het Startdocument en het aanbevelingsdocument liggen er natuurlijk al, daarin geven wij ook aan dat je aan de deur moet selecteren of iemand echt de ambitie en aanleg heeft om dit vak in te gaan. Kan iemand met zowel voertuigen als mensen omgaan? En kan diegene ook lesgeven?

In Den Haag hebben ze via het UWV werklozen subsidie gegeven om WRM-papieren te halen en een rijschool op te starten. De eerste jaren met behoud van een uitkering! Deze rijinstructeurs gaven vervolgens les voor twintig euro per uur, waarmee de hele markt kapot is gemaakt.”

Is die fout inmiddels doorgedrongen in Den Haag?

“Dat denk ik wel. Of ze het ooit gaan bekennen, is een tweede. CDA-Kamerlid Martijn van Helvert heeft hier wel iets over gezegd, maar helaas is hij weer uit beeld verdwenen. Wel hebben we onlangs gesprekken gehad met diverse politieke partijen. Zij zaten met de oren te klapperen over wat er momenteel in de branche speelt. Ik heb daar een voorbeeld aangehaald van de turbo-theorie. Een meisje dat bij ons kwam lessen, had zo’n cursus gevolgd. Ik zat met haar in de auto en op een gegeven moment moest ik op de rem trappen. Van rechts kwam een rode auto. Maar zij had geleerd: een rode auto betekent altijd voorrang verlenen. Dit gebeurt echt. Wij moeten mensen in de auto theorielessen geven, ook al hebben ze hun theoriecertificaat. Uiteraard kiest ook een deel van de jeugd voor de makkelijkste weg. Maar dat dit fenomeen bestaat, moet gewoon niet mogelijk zijn.”

Voor een instructeur geeft dat ook geen veilig gevoel tijdens de rijles, lijkt me.

“Klopt. En het komt ook voor dat zo’n kandidaat op een praktijkexamen er toevallig makkelijk doorheen rolt, wanneer zich bijvoorbeeld geen lastige situaties voordoen. Op zo’n moment heeft een examinator ook geen stok om mee te slaan, er is immers geen fout opgetreden. Het zou veel mooier zijn als we een systeem hebben dat helemaal opgebouwd is uit modules, waarbij de kandidaat per module een examen kan afleggen.”

Wat is nou 2.500 euro voor een rijbewijs tot aan je vijfenzeventigste?

Zoals het zevenstappenplan dat jullie hebben voorgesteld bij het ministerie?

“Inderdaad. Het liefste zou ik er acht stappen van maken. Laat ze na een half jaar of een jaar maar eens terugkomen om te kijken hoe het staat met hun rijvaardigheid, net als in België nu wordt voorgesteld. Dat is toch helemaal niet verkeerd? Niemand wil toch slapeloze nachten als je je auto aan je zoon of dochter meegeeft? Daar zullen we in moeten investeren. Het is het goedkoopste product wat je kunt krijgen. Wat is nou 2.500 euro voor je rijbewijs, tot aan je vijfenzeventigste?”

Is dat haalbaar?

“Dat weet ik niet. Kijk naar de bromfietsrijbewijzen: die mochten niet meer kosten dan 300 euro. ‘Want in Den Haag weten ze wel hoe dat moet.’ Wat zie je nu? Vier leerlingen op scooters, begeleid door één instructeur. Dat vind ik levensgevaarlijk. Ik zie soms dat instructeurs twee leerlingen voor hen laten rijden, en twee leerlingen achter hen. De instructeur ziet toch niet wat er gebeurt met de cursisten achter hem? Deze leerlingen hebben geen enkele ervaring in het verkeer, behalve van hun fiets. Bij motoren is het maximum aantal leerlingen teruggebracht van drie naar twee leerlingen. Wij rijden zelf ook met maximaal twee leerlingen op de scooter. Bovendien hebben steeds meer rijscholen de grootste moeite om hun scooterpark verzekerd te krijgen. Dat is natuurlijk ook niet voor niets.

Dat je met je B-rijbewijs ook automatisch bromfiets mag besturen, vind ik overigens ook een maas in de wet. Een scooter is een heel ander voertuig dan een auto. Met de auto kun je in een bocht remmen, maar met twee wielen kun je dat niet doen. Je gaat gegarandeerd onderuit. Je moet met zoveel dingen rekening houden, daar heeft een leerling die zijn autorijbewijs haalt, geen idee van. Je kunt als instructeur dan moeilijk vertellen hoe je scooter moet rijden.”

Er zijn veel instructeurs die niet openstaan voor verbetering van hun eigen manier van lesgeven

Tijdens het interview wordt Eric Bakker gebeld door VRB-secretaris Irma Brauers. Die ochtend is een artikel gepubliceerd op RijschoolPro over de praktijkbegleiding. Dat verhaal levert nogal wat reacties op. Er staat dat de directe van het CBR een gesprek gaat voeren met IBKI om af te stemmen of de manier waarop de praktijkbegleiding van RIS-instructeurs plaatsvindt, ook zou moeten gelden voor de reguliere praktijkbegleiding van IBKI. Lezers reageren vervolgens dat ze helemaal geen RIS-instructeur willen worden. Maar dat is nou juist niet wat er wordt bedoeld, verzucht Brauers aan de telefoon.

“Het is een kwestie van goed lezen. We willen zorgen dat de praktijkbegeleiding minder een toneelstuk wordt en meer op een echte les lijkt. Bijvoorbeeld door de praktijkbegeleiding met een echte leerling af te leggen en niet met een rijbewijsbezittende bestuurder, laat staan een collega-instructeur. Daar zit al een heel groot verschil in. Alleen zijn er veel instructeurs die niet openstaan voor verbetering van hun eigen manier van lesgeven. Dat is jammer. Ik vind het protocol dat een RIS-examinator toepast beter aansluiten bij de werkelijkheid dan het protocol van IBKI.”

Sommige instructeurs zijn anti-branchevereniging. Denk je dat het lukt om de angel eruit te halen?

“Dat zijn mensen die overal tegenaan schoppen. Ik weet niet of je die angel eruit kunt krijgen. Mensen moeten daar wel voor open staan, want als ze maar één ding voor ogen hebben, zoals het afschaffen van de sanctie op de praktijkbegeleiding, wat moet je dan doen? Als je zoiets wilt bereiken en je wilt inspraak hebben, dan zeg ik: word lid. We hebben zoveel instructeurs in Nederland maar hoeveel leden hebben we? Ze weten het allemaal zelf beter.”

Hoe ga jij eigenlijk om met kritiek? Op social media gaat het er soms hard aan toe.

Ik wil mijn energie investeren in het positieve, in het nieuwe, in het goede. Niet in al die mensen die roeptoeteren, bovendien is het altijd hetzelfde kleine groepje. Respecteer elkaar toch gewoon. Zorg dat je met z’n allen probeert veilige chauffeurs af te leveren.

Doordat er meer dan negenhonderd rijscholen zijn met een slagingspercentage van 15 procent of lager, komt de examencapaciteit onder druk te staan

Zorg ook dat we met z’n allen een eerlijke, goede boterham kunnen verdienen. Probeer bijvoorbeeld ook niet van examens een verdienmodel te maken. Ik geloofde nooit dat dat echt gebeurt, tot ik in het bestuur van de VRB terecht kwam. Al heb ik het laatst ook zelf gezien bij een leerling, die na een aantal mislukte examens bij mij terecht kwam. Ze bleek zwaar autistisch te zijn, dat zag ik al binnen een paar minuten. Ik vertelde haar dat een schakelauto misschien nooit een optie voor haar zal zijn en dat ze eens eerlijk haar gezondheidsverklaring moest invullen. Dat was een hele opluchting voor haar. Blijkbaar ging het bij de vorige rijschool alleen maar om het verdienen van geld.”

“We hebben allemaal kritiek op de wachttijden bij het CBR, maar doordat er meer dan negenhonderd rijscholen zijn met een slagingspercentage van 15 procent of lager, komt de capaciteit onder druk te staan. Maar ondertussen wel blijven schoppen richting het CBR.”

Denk je dat het ooit zover gaat komen dat deze problemen niet meer spelen?

“Elk stukje dat meegenomen wordt, is belangrijk. Als we er niet aan beginnen en denken: laat ook maar, dan weet je zeker dat het niet gaat gebeuren. Natuurlijk snap ik ook dat niet alles wat ik zou willen, realiteit wordt. Ik hoop in ieder geval dat ik mee mag brainstormen. Ik weet ook dat de andere brancheverenigingen een heel eind in dezelfde richting denken. Ook zij willen van deze problemen af.

“Naar mijn mening zijn we nog nooit zo ver geweest als nu. Dat kwam mede vanuit de politiek. Politici zeiden dat we wel als drie verschillende clubs kunnen opereren, maar door samen op te trekken zonder de eigen identiteit op te geven, kunnen we beter een vuist maken. Natuurlijk zijn we het soms niet met elkaar eens, maar samen staan we sterk.”

Lees ook: 

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl

1 reactie op “‘Ik maak me zorgen over het niveau van nieuwe rijinstructeurs’”

Tohobozo|03.03.18|23:29

Als iemand net na het B-rijbewijs B-instructie doet en ondertussen even het A-rijbewijs gaat halen, dan mag diegene, na een nietszeggend aanvullend pakketje les en stage, motorrijles gaan geven. Eigenlijk zonder enige ervaring.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.