CBR Schelluinen

Personeelskosten CBR fors hoger dan andere publieke organisaties

De personeelskosten van het CBR liggen ruim 11 procent hoger dan van andere, vergelijkbare uitvoeringsorganisaties in Nederland in het publieke domein. Dat staat in een vijfjaarlijkse evaluatie van het CBR dat is gemaakt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en donderdagmiddag is gepubliceerd.

In het rapport, geschreven door adviesbureau PWC, wordt gekeken naar de interne organisatie en bedrijfsvoering van het CBR over de periode 2013 tot 2016. 2013 is namelijk het jaar dat het CBR startte als publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan (zbo). In de jaren daarvoor was het CBR technisch failliet en stond het onder verscherpt toezicht. Ook was er veel kritiek op de afhandeling van klachten en lengte van doorlooptijden.

De personeelskosten per fte van het CBR liggen gemiddeld 11,2 procent hoge dan die van andere, vergelijkbare uitvoeringsorganisaties in het publieke domein. Ook merkt PWC op dat de pensioenlasten per fte van het CBR gemiddeld hoger zijn dan van de vergelijkbare organisaties. Wel is een dalende trend zichtbaar is van gemiddeld 55,4 procent in 2013 naar 43,5 procent hogere pensioenlasten per fte in 2016.

Hoog aantal verlofdagen

Medewerkers van het CBR hebben een groot aantal verlofdagen. Het verlof bestaat uit regulier verlof,
functieverlof, leeftijdsverlof en arbeidstijdverkorting (atv-dagen); voor medewerkers van 58 jaar en ouder geldt
dat het aantal verlofdagen door toename van atv dagen oploopt tot in totaal 72 dagen in het jaar waarin de
pensioengerechtigde leeftijd wordt bereikt.

Hoge personeelskosten en omvang atv-dagen zetten de doelmatigheid en wendbaarheid van de organisatie onder druk

De omvang van het aantal verlofdagen heeft een negatief effect op de productiviteit en inzetbaarheid van medewerkers binnen de organisatie, waardoor de wendbaarheid wordt aangetast, concludeert PWC. Dat heeft tot gevolg dat een aantal belangrijke doelstellingen niet worden gehaald, met name op het gebied van Rijvaardigheid. Ook heeft het CBR een ziekteverzuim dat hoger is dan de norm die het CBR er voor gesteld heeft.

Onvoldoende beschikbaar

Ook wijst het adviesbureau op het belang van een nieuwe cao: “Als de cao van het CBR ongewijzigd blijft, dan kan deze de financiële resultaten van het CBR onder druk zetten en kan de kwaliteit van het primair proces steeds meer worden aangetast doordat medewerkers niet voldoende beschikbaar zijn.” Onlangs zijn de vakbonden en het CBR tot een akkoord gekomen over een nieuwe cao. Hierin is onder meer een afbouw van het aantal verlofdagen opgenomen.

Ook moet het CBR zo snel mogelijk een Strategische Personeelsplanning (SPP) maken om zicht te krijgen op het personeelsbestand. “Het SPP is ook nodig om onder meer goede richting en sturen te kunnen geven aan de kosten van personeel, ziekteverzuim, tevredenheid en betrokkenheid van medewerkers. Het ontbreken van een strategische personeelsplanning maakt sturing op HRM zowel kwalitatief als kwantitatief moeilijk en mogelijk ondoelmatig.” Momenteel is het CBR bezig een SPP te ontwikkelen.

Financieel stabieler

Ondanks de hoge personeelskosten, is het CBR in de periode 2013-2016 in ‘stabieler financieel vaarwater’ gekomen. “Dit is een positieve ontwikkeling gezien de problematische situatie waar het CBR kort voor die tijd
nog in verkeerde”, aldus het adviesbureau. De tarieven die het CBR voor de vier divisies Theorie, Rijvaardigheid, Rijgeschiktheid en CCV hanteert, dekken de kosten van het CBR.

Wel is tussen de divisies Rijgeschiktheid en Theorie sprake van kruissubsidiëring. Rijgeschiktheid heeft in deze drie jaar niet kostendekkend gewerkt. Belangrijkste reden hiervoor is het verbeterprogramma Rijgeschiktheid aan het stuur. Dit programma heeft vertraging opgelopen, waardoor de baten hiervan op z’n vroegst volgend jaar (in plaats van 2017) zichtbaar worden. Het verlies wordt gedekt uit het potje van de divisie Theorie.

Reactie minister en CBR

Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft de Tweede Kamer laten weten dat de personeelskosten van het CBR haar aandacht heeft. “Ik zie de beheersing van de hoogte en opbouw van de personele kosten als een belangrijke factor om tot financiële stabiliteit te komen. Ik zal dit meenemen als onderdeel van de set doelmatigheidsindicatoren die het CBR en mijn ministerie op korte termijn gezamenlijk gaan ontwikkelen”, aldus de minister. Ook wijst ze op het belang van een Strategische Personeelsplanning. “Ik vind het belangrijk dat het CBR hierover beschikt en zal sturen op de doorontwikkeling en implementatie daarvan door het CBR.”

Verder deelt de bewindsvrouw de conclusie van PWC dat het CBR de afgelopen periode ‘een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt en zich als organisatie zowel financieel als organisatorisch heeft ontwikkeld’. “En dit in een periode waarin er een stevig beroep is gedaan op het CBR.”

De directie van het CBR ziet het evaluatierapport als ‘een waardevolle reflectie op waar zij staan als organisatie’, schrijft Van Nieuwenhuizen: “Zij zien de conclusies en aanbevelingen als bekrachtiging van de strategische koers 2018-2022 die in 2017 is bepaald. Het CBR erkent dat hen nog het nodige te doen staat om de dagelijkse bedrijfsvoering te verbeteren. Het CBR ziet in de evaluatie de juiste aanknopingspunten om hieraan te werken.”

Lees ook: Minder atv-dagen en meer loon voor medewerkers CBR

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl

1 reactie op “Personeelskosten CBR fors hoger dan andere publieke organisaties”

Jack Salendang|27.07.18|10:14

Ja ach dan zadelen ze toch de rijscholen waar ze zoveel kritiek op hebben op met weer hogere examenkosten etc. wij zijn toch verplicht hun diensten bij hun af te nemen.
Monopolist en dan te bedenken dat deze monopolist bijna failliet was , hoe zou dat nu mogelijk kunnen zijn geweest???

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.