IBKI Nieuwegein

Positief rapport over IBKI, maar geen inspraak van rijscholen

Het IBKI heeft zijn bedrijfsvoering goed op orde. Dat is de conclusie van de vijfjaarlijkse evaluatie van het exameninstituut, uitgevoerd door het onderzoeksbureau EC O&P. IBKI neemt feedback serieus, de klanttevredenheid is hoog en er is een goede communicatie met de ketenpartners. Merkwaardig genoeg werden brancheorganisaties niet betrokken bij deze evaluatie, zo blijkt uit navraag door RijschoolPro.

Het IBKI kan tevreden zijn met het vijfjaarlijkse rapport dat is opgesteld. IBKI is een ‘deeltijd-zbo’ (zelfstandig bestuursorgaan). De wet schrijft voor dat elke vijf jaar een evaluatie plaats moet vinden over de taakuitvoering van IBKI. Afgelopen zomer werd al een evaluatie over het CBR gepubliceerd. In dat kritische rapport, opgesteld door een ander onderzoeksbureau, kwam met name het belang van innovatie bij het CBR naar voren.

In de evaluatie van IBKI wordt niet altijd onderscheid gemaakt tussen de verschillende taken van het exameninstituut. Twee belangrijke taken zijn de examinering voor WRM-rijinstructeurs en APK-keurmeesters. Over alle facetten is het onderzoeksbureau positief: “Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat IBKI op de genoemde aspecten solide genoeg is om de continuïteit van de dienstverlening te garanderen.”

Kwaliteit examens

Ook concluderen de onderzoekers dat de kwaliteit van de examens op orde is. “IBKI handelt proactief naar aanleiding van feedback, ook als daar geen formele verplichting toe is. IBKI onderhoudt goede contacten met de (keten)partners en de branche om op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen. Ook op IT-gebied handelt IBKI (pro)actief en investeert daarmee in de juiste kwantiteit en kwaliteit van de examens.”

Ook komt de term ‘toneelstukje’ naar voren in het onderzoek: “Door sommigen in de branche wordt het praktisch examen als een “toneelstukje” gezien, doordat kandidaten hun eigen “leerling” mee mogen nemen. In praktijk kan dit ook iemand zijn die jarenlange rijervaring heeft. Hoewel examinatoren ook in dat geval de beoordeling van de instructeur goed kunnen uitvoeren, is dit issue door IBKI onderkend als verbeterpunt. Een voorstel voor aanpassing (waarin een ‘echte’ rijbewijs-leerling verplicht is en niet de kandidaat, maar IBKI het lesonderwerp bepaalt) ligt bij het ministerie.”

WRM-examinatoren

Verder is er voldoende deskundig personeel aanwezig, intern en extern: “Medewerkers van IBKI, betrokken bij de examens, komen allen uit de praktijk en kennen het werkveld. Vacatures worden vlot ingevuld en medewerkers zijn ingewerkt om achterwacht van elkaar te kunnen zijn.”

Sommige examinatoren zijn zelf ook werkzaam als instructeur in de praktijk. Zij doen alleen de eerste examens. De verlengingen worden geëxamineerd door examinatoren die niet langer werkzaam zijn in het veld, dit om het examineren van collega-rijinstructeurs te voorkomen. “Bijkomend nadeel is dat deze groep op termijn minder actuele praktijkervaring heeft. De WRM-examinatoren komen jaarlijks een aantal keer bij elkaar. Hier staan vooral praktische zaken op de agenda en maar ook de gezamenlijke professionalisering, bijvoorbeeld aan de hand van casuïstiek.”

Reactie IBKI

IBKI-directeur Jim Schouten is tevreden: “We zijn uiteraard blij met de uitkomsten. Die sporen ook goed met de wijze waarop ministerie en IBKI contact met elkaar houden over de uitvoering van onze wettelijke taken. Dat zijn er overigens meer dan alleen de WRM-examens: ook ruim 16.000 examens voor APK-keurmeesters, LPG-technici en Tachograaftechnici.”

Wel worden in het rapport enkele aandachtspunten genoemd, zoals de hoge leeftijd van de ‘WRM-gecommitteerden’ binnen IBKI. Daarnaast noemen de onderzoekers de goede communicatie met het ministerie kwetsbaar, aangezien deze niet formeel in afspraken is vastgelegd. “Het is goed om duidelijke afspraken te maken over de contacten die ministerie en IBKI met elkaar hebben”, zegt Schouten. “Overigens zijn we ervan overtuigd dat dat contact bij ministerie en IBKI in de genen zit en dus ook zonder die afspraken en met wisselingen van personen goed blijft lopen. De leeftijd van sommige WRM-gecommitteerden was al een aandachtspunt van IBKI.”

Inspraak rijscholen

Een groot verschil tussen de IBKI-evaluatie en die van het CBR, is dat de brancheorganisaties VRB, FAM en Bovag als vertegenwoordigers van rijscholen niet betrokken zijn geweest bij het IBKI-onderzoek. Dit terwijl de brancheorganisaties met IBKI veel overleg voeren over de inhoud van examens van IBKI en over het gehele examentraject. Momenteel onderzoeken de brancheverenigingen samen met de Tweede Kamer of een andere invulling van het bijscholingstraject van IBKI mogelijk is.

Op de vraag waarom deze partijen niet zijn benaderd, antwoordt een woordvoerder van minister Cora van Nieuwenhuizen dat het hier om twee verschillende situaties gaat. “Bij het CBR wordt de kandidaat voor het rijexamen door de rijscholen, dus de branche, opgeleid. Daarom zijn in hun evaluatie de (brancheorganisaties van) rijscholen van belang. Bij IBKI wordt de kandidaat-rij-instructeur door opleidingsinstituten opgeleid, niet door rijscholen. Vandaar dat de evaluatie van IKBI anders is opgezet.” Overigens valt over deze opmerking te discussiëren, aangezien ook bevoegde rijinstructeurs met IBKI te maken hebben. De opleidingsinstituten maken in dat traject geen onderdeel uit van het traject.

Klanttevredenheid

Ook Schouten vindt het niet vreemd dat de brancheorganisaties niet zijn betrokken. “De onderzoekers hebben van het ministerie een duidelijke opdracht meegekregen en hebben die ook uitgevoerd. Bij beleidsevaluaties van zelfstandige bestuursorganen staan twee vragen centraal: worden de wettelijke taken doelmatig en doeltreffend uitgevoerd? Dat zijn andere vragen dan naar de klanttevredenheid, die IBKI voortdurend meet.”

Volgens hem zijn de ervaringen van de rijinstructeurs en de opleidingsinstituten wel degelijk meegenomen in de evaluatie, via de deelnemertevredenheid: “Over 2017 voor de WRM kreeg IBKI gemiddeld een 7,5; over 2018 zelfs bijna een 7,7 en nog geen 5 procent geeft een onvoldoende.” Ook is de mening van rijscholen volgens hem meegenomen aan de hand van klachten en bezwaren. “Daarnaast zijn we natuurlijk wel veelvuldig met de branche in gesprek, maar dan gaat het vooral over de beleidsmatige advisering van het ministerie over de (toekomstige) WRM; niet over de taakuitvoering door IBKI binnen die wet- en regelgeving.”

Onafhankelijk onderzoek

Verder meldt de woordvoerder van het ministerie desgevraagd dat het onderzoeksbureau EC O&P onafhankelijk is, ondanks dat het uiteindelijk onderdeel is van Binnenlandse Zaken. “Het is onderdeel van de Werkmaatschappij (UBR), dat weer onderdeel is van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De kosten van deze evaluatie worden bij het ministerie van IenW in rekening gebracht. UBR heeft geen betrokkenheid bij het beleid van het ministerie van IenW of de uitvoering van de taken van IBKI.”

Enquëte Rijschoolpro

De redactie van RijschoolPro hield vorig jaar een enquete onder haar lezers waarin ook het IBKI naar voren kwam. Met de enquête peilde de redactie wat volgens de branche veranderd moet worden aan de huidige Wet Rijonderricht Motorrijtuigen (WRM). Een van de conclusies is dat de rijschoolbranche open staat voor praktische bijscholing van IBKI, maar dan wel met een andere invulling.

Van de Nederlandse rijinstucteurs is 56 procent van mening dat praktijkbegeleiding in huidige vorm moet worden afgeschaft. Volgens deze rijinstructeurs staat deze praktische bijscholing ver van de realiteit. Wel staan ze open voor ‘echte’ begeleiding. Lees hier het volledige verslag.

Lees hier het volledige rapport (16 pagina’s).

Lees ook: CBR heeft visie op innovatie, maar uitvoering blijft achter

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.