Tariefstijging CBR staat los van de financiële problemen

DEN HAAG – De hoge pensioenlasten van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) hebben niets te maken met de recente tariefstijgingen. Wel krijgen werknemers van het CBR 15 procent meer pensioen dan overige ABP-deelnemers (Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds). Dat schrijft minister Camiel Eurlings (CDA) aan de Tweede Kamer.

Kamerlid Emile Roemer (SP) had aan de minister gevraagd of de recente tariefstijgingen te maken hebben met de verslechterende financiële positie van het CBR. Dat is niet het geval volgens de minister. De tariefstijging blijft binnen de toegestane indexatie.

Wel geeft hij toe dat de financiële problemen vooral veroorzaakt worden door de hoge pensioenlasten. Bij het CBR zijn die gemiddeld 30 procent van de loonkosten, terwijl dat bij de overige organisaties die bij het ABP aangesloten zijn ongeveer 20 procent bedraagt. Het CBR heeft een regeling waarbij het pensioen is gebaseerd op het laatst verdiende loon, terwijl veel bedrijven zijn overgestapt op een middenloonregeling.

De minister bevestigt in zijn brief dat de financiële positie van het CBR in 2009 is verslechterd. Weliswaar is er een operationele winst geboekt van 6 miljoen, maar door onder meer 14,2 miljoen euro aan incidentele pensioenlasten daalt het eigen vermogen met in totaal 7,3 miljoen. Het eigen vermogen, dat in 2007 nog zo’n 20 miljoen euro bedroeg, is nu gedaald tot 6 miljoen. De definitieve cijfers worden medio april in de jaarrekening 2009 vastgesteld.

De volledige brief van de minister:

———————————————————————————————————-

Ministerie van Verkeer en Waterstaat

– Datum 29 januari 2010

Onderwerp Financiële situatie bij het CBR 2

Geachte voorzitter,

In antwoord op de brief van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat van 16 december 2009 (kenmerk 2009Z24676/2009D65032), informeer ik u in deze brief over de financiële situatie bij het CBR.

U heeft mij inzage gevraagd in de volgende punten:
1. De voorlopige jaarcijfers 2009.

2. De ontwikkeling van de pensioenen vanaf 2005.
3. De tariefverhogingen 2010.

4. De maatregelen die ik zal nemen.

Aanvullend op de beantwoording van uw vragen, geef ik een schets van de stappen die worden genomen om het functioneren van het CBR verder te verbeteren.

Ad 1: Voorlopige jaarcijfers CBR 2009
In december 2009 is in de media bericht over de financiële situatie bij het CBR. Daarbij is aangegeven dat het CBR in het jaar 2009 naar verwachting 8 miljoen verlies zou leiden. Uit navraag bij het CBR is mij gebleken dat de berichtgeving gebaseerd is op informatie uit de derde kwartaalrapportage 2009 die betrekking had op de (verwachte) Verlies- en Winstrekening over geheel 2009. Het betrof een prognose op basis van de inzichten van dat moment. De directie van het CBR diende echter toen nog een aantal belangrijke beslissingen te nemen. Deze beslissingen hebben grote effecten gehad op het resultaat en het Eigen Vermogen ultimo 2009.

De directie van het CBR heeft, in overleg met de accountant, een inschatting gemaakt van het resultaat 2009 en de positie van het eigen vermogen op peildatum 31 december 2009. Deze inschatting komt uit op een positief resultaat van circa 6 miljoen en een omvang van het eigen vermogen van eveneens circa 6 miljoen.
Ik benadruk dat dit voorlopige jaarcijfers betreffen. De definitieve cijfers zullen in de jaarrekening 2009 worden vastgesteld. Deze jaarrekening zal medio april 2010 zijn afgerond.

Ten opzichte van de in de media genoemde cijfers (over het derde kwartaal 2009) Datum is er naast een aantal kleinere wijzigingen sprake van twee belangrijke mutaties.

De eerste mutatie betreft de vrijval van de reorganisatievoorziening van circa 7 miljoen. Deze voorziening is niet langer noodzakelijk, aangezien de directie besloten heeft om af te zien van gedwongen ontslagen. De tweede mutatie betreft een technische aanpassing in verband met de verantwoording van de pensioenlasten op basis van de nieuwe richtlijn voor de jaarrekening RJ271. Als gevolg van deze mutatie is het resultaat met circa 7 miljoen toegenomen ten opzichte van de eerdere prognose. Hiermee komt het resultaat over 2009 naar verwachting uit op circa 6 miljoen positief.

Het verwachte resultaat van 6 miljoen levert een positieve bijdrage aan het eigen vermogen. Daarnaast moet als gevolg van de nieuwe RJ271-regel een negatieve correctie op het eigen vermogen plaatsvinden met voornamelijk incidentele pensioenlasten van 14,2 miljoen. Daarnaast is sprake van een positieve correctie van 0,9 miljoen. Het eigen vermogen komt hierdoor ultimo 2009 naar verwachting uit op circa 6 miljoen positief.

Het operationeel resultaat (het resultaat exclusief de hierboven genoemde mutaties) zal op grond van de huidige inzichten in 2009 slechts 0,3 miljoen lager uitvallen dan begroot. Ten opzichte van de begroting is sprake van een circa 2,9 miljoen hogere omzet doordat meer theorie en praktijkexamens zijn afgenomen. Daartegenover stonden hogere kosten in verband met de hogere productie. Daarnaast heeft het CBR hogere kosten gemaakt om de prestaties te verbeteren.

In 2009 zijn de pensioenlasten hoger uitgevallen dan begroot. Dit heeft een negatief effect gehad op het resultaat. Op dit onderwerp ga ik hieronder nader in.

Ad 2: De ontwikkelingen van de pensioenen
Het CBR heeft een eigen pensioenfonds en kent een complex stelsel van pensioenregelingen. Voor een overzicht van de diverse regelingen verwijs ik naar bijlage 1.

Naar aanleiding van de tegenvallende pensioenlasten in 2009 heeft de directie CBR besloten om onderzoek uit te laten voeren naar de ontwikkeling van de pensioenlasten vanaf het jaar 2005 in relatie tot andere organisaties.

De cijfers 2009 zijn nog onder voorbehoud aangezien de jaarrekening nog niet is
vastgesteld en daarop nog geen controle van de accountant heeft plaatsgevonden.

Voor een uitgebreid overzicht verwijs ik u naar bijlage 2.

De directie CBR heeft op basis van een aantal benchmarks geconstateerd dat de
huidige regelingen van het CBR ruim en kostbaar zijn. Zo hanteert het CBR als
één van de weinige werkgevers in Nederland nog een eindloonregeling in plaats
van een middelloonregeling. De directie van het CBR is van mening dat een
eindloonregeling niet alleen kostbaar is, maar ook slecht beheersbaar. Deze
mening onderschrijf ik.

De directie van het CBR heeft geconstateerd dat de pensioenlasten bij het CBR
fors hoger zijn dan bij organisaties die zijn aangesloten bij het ABP. Bij het CBR
bedragen de pensioenlasten namelijk circa 30% van de loonkosten, terwijl dat
voor organisaties die bij het ABP zijn aangesloten circa 20% bedraagt. Dit wordt
onder andere veroorzaakt door hogere uitvoeringskosten en backservicelasten.

Gebleken is dat medewerkers van het CBR, afhankelijk van leeftijd en salaris, ten
minste 15% meer aan pensioenaanspraken opbouwen dan ABP-deelnemers.

Op basis van de hiervoor genoemde constateringen heeft de directie CBR besloten
om in overleg te treden met de vakbonden om een oplossing te zoeken voor de
hoge pensioenlasten. Ik onderschrijf de noodzaak hiertoe. Om die reden heb ik de
directie CBR gevraagd om passende maatregelen te treffen. Daarnaast heb ik de
Raad van Toezicht gevraagd om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen. Vanuit
het verscherpt toezicht, zal ik de vinger aan de pols houden.

Ad 3: Tariefontwikkeling 2010

Over de tarieven 2010 heb ik uw Kamer onlangs geïnformeerd naar aanleiding
van vragen van het kamerlid Roemer. Zoals ik daarin heb aangegeven zijn de
tarieven 2010 voor het CBR gebaseerd op de Regeling goedkeuring tarieven CBR.
Daarin is vastgelegd dat de tarieven jaarlijks met een indexatieformule mogen
worden verhoogd. Zolang het tarievenvoorstel binnen de indexatie blijft, is de
goedkeuring daarvan voorbehouden aan de Raad van Toezicht. Indien het
tarievenvoorstel hoger is dan de indexatie, is mijn goedkeuring vereist. Deze
goedkeuringsbevoegdheid betreft uitsluitend de wettelijke tarieven.

Ik benadruk dat de tariefstijgingen los staan van de financiële situatie.

Ad 4. Maatregelen

Zoals ik hiervoor heb aangegeven worden ten aanzien van de financiële situatie
en de pensioenen door de directie van het CBR aanvullende maatregelen
getroffen. Over de voortgang houden Raad van Toezicht en ik de vinger aan de
pols.

De directie van het CBR is na overleg met de ondernemingsraad tot een definitief
besluit gekomen waardoor de reorganisatie van het CBR nog vóór de zomer zijn
beslag kan krijgen. Met de reorganisatie wordt een belangrijke stap gezet op weg
naar een hernieuwde start voor het CBR. Met de reorganisatie wordt tevens het
fundament gelegd voor een structurele borging van de prestaties.

De horizon van de opdracht van de interim directeur, die door de Raad van
Toezicht was aangesteld met het oog op de reorganisatie, komt daarmee in zicht.
Dit betekent dat een nieuwe directie zal worden aangetrokken. Tevens is per

31 december 2009 de benoemingstermijn van de voorzitter van de Raad van
Toezicht geëindigd. Thans ben ik op zoek naar een opvolger.

Mede gelet op eerdere discussies in de Tweede Kamer, zal ik een onafhankelijk
onderzoek starten naar de stappen die aanvullend op de reorganisatie verder
gezet moeten worden om de publieke taakuitvoering van het CBR structureel op
een hoger niveau te brengen. Dit zal leiden tot een verbeteragenda op basis
waarvan ik concrete afspraken wil maken met de nieuwe directie en Raad van
Toezicht.

Totdat de organisatie en de prestaties van het CBR stabiel zijn, blijft het CBR
onder verscherpt toezicht.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend,

DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT,

ir. Camiel Eurlings

Onderwerpen: , ,

Auteur: Bart Pals

1 reactie op “Tariefstijging CBR staat los van de financiële problemen”

[…] naar verwachting 8 miljoen verlies zou leiden‘. Ik twijfel meteen aan de cijfertjes in de brief. Met dank aan […]

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.