Lachgas. foto Flickr/Dominic Milton Trott

Lachgas onschuldig? Niet in het verkeer

Lachgas, het onschuldig klinkende goedje, dook afgelopen dagen veel op in de media. Zo gebeurden er afgelopen maand meerdere verkeersongelukken waarbij lachgas een rol speelde. Wat is lachgas? Moeten rijinstructeurs hun leerlingen hierover informeren? En hoe gaat het CBR om met lachgas-gebruikers? 

Een greep uit de nieuwsberichten van afgelopen maand: in Wassenaar is in de nacht van zondag 14 op maandag 15 april een auto tegen een boom aan gereden. In de auto werd een fles met lachgas aangetroffen. Een dag later reed een auto de winkel van een tankstation binnen bij Nieuwerkerk aan den IJssel. De vier inzittenden hadden lachgas bij zich. Op 20 april raakte een auto van de weg bij Hedel. De bestuurder was gevlucht, maar in de auto lag nog een buis met lachgas. In Tilburg reed een man over de voet van een vrouw en ging er vervolgens vandoor. Getuigen zagen dat de man een grote ballon met vermoedelijk lachgas in zijn hand had.

Sterke roes

“Lachgas (distikstofmonoxide, N2O) is een kleurloos, niet-irriterend, zoetgeurend en zoet-smakend gas”, meldt het Trimbos-instituut. “Het inhaleren van lachgas zorgt voor een kortdurende maar sterke roes. Er is sprake van bewustzijnsdaling die een beetje lijkt op dronkenschap. Mensen die lachgas inhaleren dus als drug doen dat vrijwel altijd via een ballon. Het gas wordt door middel van een slagroom-spuit of een cilinder in de ballon gespoten.”

Volgens het instituut is het gebruik van lachgas het hoogst onder uitgaanspubliek van 15-35 jaar. In hun monitor over de periode 2015 tot en met 2017 kwam eind vorig jaar naar voren dat mbo- en hbo-studenten van zestien tot en met achttien jaar meer lachgas tot zich namen. 29 procent gebruikte in 2017 weleens lachgas, tegen 20 procent in 2015. Het blijken wel vooral experimenten.

Kick: rijden met ‘iets op’

Lachgas is dus, zo valt ook te concluderen uit het onderzoek, al langer populair. Maar waarom lijkt het nu dan zo’n ‘hot issue’? “Dat durf ik niet te zeggen”, zegt Gea-Marit Dekker, onderzoeker jongeren en gedrag bij TeamAlert. Wat volgens haar in waarschijnlijk mee speelt: lachgasampullen zijn makkelijk en legaal verkrijgbaar. Bovendien zijn ze goedkoop. Groepsgedrag is ook een hele belangrijke: jongeren jutten elkaar op en durven geen nee te zeggen. En social media. Dekker wijst op de berichten op Facebook en Instagram dat Ex on the Beach-deelnemer Lena een ravage zou hebben aangericht in Leeuwarden door met een vriendin in de auto lachgas te gebruiken.

TeamAlert ziet ook dat in de auto lachgas gebruikt wordt. Een exacte verklaring hiervoor heeft Dekker niet. “Volgens mij vinden jongeren een auto een fijne plek om drugs te gebruiken. Een eigen plek. Hier kunnen ze zich alleen of met vrienden terugtrekken. Uit gesprekken met focusgroepen van jongeren komt verder naar voren dat alcohol of drugs gebruiken achter het stuur een kick geeft. Rijden met iets op is volgens hen extra leuk.”

Strafbaar

Er zijn diverse wetsartikelen die het mogelijk maken om iemand die onder invloed is te vervolgen, vertelt Bert Kabel, advocaat en gespecialiseerd in verkeersrecht, tegen de NOS. Hij wijst op artikel 8, lid 1 van de Wegenverkeerswet. Dat verbiedt rijden onder invloed van middelen die (nog) niet nader zijn omschreven maar waarvan bekend is dat het gebruik de rijvaardigheid kan verminderen. Lachgas valt daar volgens hem ook onder.

Maar dan moet je wel bewijs hebben dat een bestuurder onder invloed is van lachgas. Dat is lastig, zegt Kabel. Een roes is immers maar kortstondig. Alleen een tank en ballonnetjes in de auto hebben is volgens hem niet voldoende bewijs. Er moeten bijvoorbeeld getuigen zijn die gezien hebben dat de bestuurder ze gebruikt heeft.

Een ‘oplossing’ zou kunnen zijn, denkt Kabel, om het strafbaar te stellen om een lachgas in het dashboardkastje van de auto te hebben liggen. Maar, benadrukt hij op de nieuwssite: ook al is er geen bewijs dat iemand lachgas gebruikt heeft achter het stuur, dan kan diegene ook gewoon veroordeeld worden voor gevaarlijk of roekeloos rijgedrag.

Rijbewijs kwijtraken

Hoe gaat het CBR om met een hype als lachgas? “Iedereen weet dat alcohol- en drugsgebruik in het verkeer altijd een slecht idee is. Dat geldt ook voor lachgas”, vertelt woordvoerster Nathalie Dingeldein. “We krijgen helaas steeds vaker mededelingen van de politie van jongeren die lachgas achter het stuur gebruiken en in ernstige roes verkeren. Dit is zorgelijk want het is echt levensgevaarlijk, niet alleen voor henzelf maar ook voor andere mensen op de weg.”

In het theorie-examen zitten vragen over alcohol en drugs, maar niet specifiek over lachgas. “Feit is dat iedereen wel weet dat het niet mag en gevaarlijk is als je moet rijden. Het gaat meestal niet zozeer om kennis, maar om gedrag en dat blijft een kwalijke zaak. Het is gevaarlijk dus gewoon niet doen.”

Psychoactief middel

Wie betrapt wordt met lachgas en door de politie gemeld wordt aan het CBR, moet zijn geschiktheid laten onderzoeken door de psychiater. De psychiater doet onderzoek op basis van een vermoeden van ongeschiktheid, namelijk ‘misbruik van psychoactieve middelen’, legt Dingeldein uit. “Daar valt lachgas onder. Je kunt je rijbewijs kwijtraken.”

Dat werd in februari nog door de rechtbank Midden-Nederland bevestigd. De rechtbank besloot dat het CBR terecht een rijbewijs ongeldig had verklaard van een bestuurder die lachgas had gebruikt. Bij deze zaak stond de vraag centraal of lachgas als misbruik van psychoactieve middelen kan worden aangemerkt. Lachgas is namelijk geen verboden stof volgens de Opiumwet.

“Dit betekent niet dat het geen psychoactief middel kan zijn”, aldus de rechtbank. “Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt duidelijk dat de werking van lachgas het gedrag van eiser en zijn rijvaardigheid heeft beïnvloed. Om die reden is een lachgas een psychoactief middel dat onder de reikwijdte van paragraaf 8.8 van de Regeling eisen geschiktheid 2000 valt.”

Waarschuwen tijdens rijopleiding

Een goede maatregel is, volgens Veilig Verkeer Nederland (VVN), dat rijinstructeurs hun leerlingen tijdens rijlessen wijzen op de gevaren van lachgasgebruik achter het stuur. “Wat ik voor me zie: tijdens de rijlessen gaat het niet alleen over verkeersregels en het bedienen van de auto”, vertelt woordvoerster Ingrid Wetser. “Het gaat ook over inzicht en gedrag. Over dat je je verantwoordelijkheid moet nemen tijdens het autorijden. Daar mag meer aandacht voor zijn. Dat is er al, maar het onderwerp lachgas moeten ze hier ook in meenemen.”

RijschoolPro stelde lezers de vraag of rijschoolhouders leerlingen al eens hebben gewezen op de gevaren van lachgas. Ruim driekwart (76 procent) gaf ‘nee’ als antwoord. “Hier ligt toch geen taak voor de rijopleiding”, reageert een rijschoolhouder. “In de lesauto en in de theorie liggen verkeerstaken en voertuigbeheersing. Opvoedkundige taken moeten ondergeschikt zijn.”

Commerciële druk

“Bij dit soort thema’s komt steeds de discussie naar voren over wat er op het gebied van inzicht en gedrag in de rijopleiding opgenomen moet worden”, ziet Chris Verstappen, directeur van Verjo verkeersleermiddelen. “Helaas is door de commerciële druk vanuit de markt niet altijd makkelijk om aandacht te besteden aan inzicht en gedrag. Om dit soort onderwerpen goed te laten landen is daarnaast belangrijk dat de kandidaten gemotiveerd zijn om meer te leren dan strikt noodzakelijk is voor het examen.”

“De maatschappij verwacht dat de beginnende bestuurder zich bewust is van wat het gewenste gedrag is en inzicht heeft in de gevolgen”, vervolgt hij. “Wetenschappers noemen dit de hogere ordevaardigheden uit de GDE-matrix. Maar een deel van het gewenste gedrag en inzicht is totaal niet toetsbaar voor een examinator of een theorie-examen. Dit is ruim 20 jaar geleden al door onderzoeken aangetoond en hebben de basis gelegd voor de unieke RIS-didactiek.”

Rijopleiding in Stappen

Verstappen ziet hierin een belangrijk verschil tussen de RIS en de ‘reguliere’ rijopleiding. “In het klassieke examen wordt dat getoetst wat getoetst kàn worden door de examinator. De basis is hiervoor de ministeriële regeling praktijkexamen en de uitwerking daarvan in de rijprocedure.”

Binnen de RIS-didactiek is duidelijk ruimte voor uitleg over gewenst gedrag en inzicht, stelt Verstappen. “Bij RIS wordt een kandidaat niet opgeleid voor het praktijkexamen maar ook bewust gemaakt van wat het gewenste gedrag is. Natuurlijk zijn er opleiders die hier aandacht aanbesteden zonder gebruik te maken van de RIS-didactiek. Binnen de RIS-didactiek is het logisch om hier aandacht aan te besteden en dat wordt dan ook de kandidaten en hun ouders geaccepteerd.”

Auteurs: Jan Pieter Rottier en Nadine Kieboom

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.