RST: Kom met ideeën voor alternatieven voor de Praktijkbegeleiding

“Praktijkbegeleiding, waar dient dat eigenlijk toe?” Dat vraagt Rob Westra van het Rijschoolsamenwerkingsteam (RST) zich af in zijn maandelijkse column voor RijschoolPro. “Waarom dan zo halsstarrig vastklampen aan iets wat niet werkt?”

Column Rob Westra van RST:

Toneelstukje

We kennen het allemaal binnen onze branche; elke vijf jaar dient er, voor een bepaalde datum, een ‘praktijkbegeleiding’ te worden gedaan. Het brengt bedrijfskosten en stress met zich mee. We weten als geen ander dat je bedrijf staat of valt met het behalen van dit examen (want de bestaande benaming dekt echt de lading niet, was het maar zo). Niet alleen je bedrijf wordt onder druk gezet, ook de leerling die op dat moment een onderdeel is van het toneelstukje, weet dat er veel van hem/haar afhangt.

Maar waar dient deze opvoering nu eigenlijk voor?

Laten we tijdens dat examen zien dat onze competenties voldoende aanwezig zijn om onze werkzaamheden te mogen voortzetten? Nee! Iedereen weet dat in onze dagelijkse werkzaamheden docenten niet op deze wijze lesgeven en kunnen geven. De les die gegeven moet worden tijdens een PB is niet meer dan een modelles en staat niet voor een werkelijke les. Je krijgt minder punten als je een detail vergeet te noemen of niet een grapje maakt. Of, elke les aan je leerling vraagt wat deze van de gebruikte voorbeelden en het ondersteundend beeldmateriaal vond.

Er is een plan om de term ‘’rijles’’ om te buigen naar ‘’rijonderwijs’’. Dit om de branche meer te professionaliseren. Maar binnen het onderwijs is er geen enkele leerkracht die elke vijf jaar een toneelstukje moet opvoeren voor een commissie om te kunnen overtuigen dat de werkzaamheden mogen worden voortgezet.

Komt het dan de verkeersveiligheid ten goede? Want dat is elk jaar weer een heet hangijzer. Rijscholen zouden ondermaats presteren, wat ervoor gaat zorgen dat er nu een zogenaamde ‘’prestatieladder’’ op de planken ligt. Dit zou nodig zijn om de ‘’cowboys’’ een lesje te leren.

Een hoger slagingspercentage komt de veiligheid in het verkeer echter niet ten goede. We hebben namelijk ook nog te maken met iets als de mentale gesteldheid van de potentiële verkeersdeelnemer. Na het slagen en de lessen bij de rijschool is het aan de mentaliteit van de leerling wat deze met de aangeleerde vaardigheden gaat doen.

Is het gezegd dat wij als opleider de oud-leerling verkeerd hebben opgeleid als deze geen afstand houdt of met 100 km/u over een erftoegangsweg rijdt? Nee! Geeft het een helder beeld van hoe wij dagelijks bezig zijn met onze leerlingen? Nee, volstrekt niet! Daarom noemen we het ook een toneelstukje. En wat zich op het toneel afspeelt is meestal fictief.

Waarom dan zo halsstarrig vastklampen aan iets wat niet werkt? Het lijkt er op dat er op zijn minst andere belangen richting hebben gegeven aan de totstandkoming van het bekende vijfjaarlijkse vehikel. Er zal sprake zijn van financieel belang. Als het toneelstukje er echt voor zou zorgen dat het slagingspercentage zou verbeteren, waarom is het landelijk gemiddelde daarvan dan niet gestegen? En als het de verkeersveiligheid ten goede komt, waarom lezen we dan niets over minder ongelukken onder jongeren?

RST vindt dat er naar andere oplossingen gezocht moet worden. In ieder geval met maatregelen zorgen dat het minder gemakkelijk wordt om rijinstructeur te worden en te blijven die engagement vragen. En een echte praktijkBEGELEIDING zonder te hoeven slagen. Of een verplicht minimum aantal rijlessen. Dan blijft de branche beter geïnformeerd en mogelijk ook meer gestimuleerd zaken anders aan te pakken.

Mochten er goede ideeën zijn vanuit het veld, RST staat open om te luisteren en ermee aan de slag te gaan.

Rob Westra (voorzitter RST)

Onderwerpen: ,

Auteur: Tessa Heerschop

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.