Rijles

VAR maakt plaats voor DBA: gevolgen voor zzp’ers in de rijschoolsector

Rijles

Er is veel over te doen geweest. Afgelopen voorjaar is de VAR (Verklaring arbeidsrelatie) vervangen door de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties). De nieuwe wet is bedoeld om beter te kunnen handhaven en om schijnzelfstandigheid onder zzp’ers tegen te gaan. Tijdens de Lesauto Testdag op maandag 12 september gaat Jan Gerrit Kroon van advocatenkantoor Blue Legal tijdens een van de workshops in op de veranderingen voor zzp-rijschoolhouders of -instructeurs en hun opdrachtgevers.

Ook al is de wet afgelopen voorjaar al ingevoerd, bij zzp’ers en hun opdrachtgevers heerst nog steeds veel onduidelijkheid en onzekerheid over de gevolgen van de nieuwe wet. Eerst gebruikten zzp’ers een VAR (Verklaring arbeidsrelatie) om hun opdrachtgevers duidelijk te maken dat ze zelfstandig waren en dat hun opdrachtgever niet hoefde te vrezen voor naheffingen. Het risico op eventuele naheffingen door de belastingdienst (als zou blijken dat er sprake was van een verkapt dienstverband) lag grotendeels bij de zzp’er. Met de komst van de wet DBA ligt het risico meer bij de opdrachtgever. Hij wordt medeverantwoordelijk voor de arbeidsrelatie. “Juridisch verandert er niet zo veel, maar de controle wordt strenger”, zegt Jan Gerrit Kroon, advocaat en partner bij Blue Legal.

Belastingdienst

Voor de meeste groepen in de rijschoolsector voorziet hij weinig veranderingen. Zeker niet voor de rijschoolhouder zonder personeel, die een eigen lesauto heeft, zelf risico loopt en zijn eigen administratie voert. Zowel in oude als nieuwe situatie bestaat er geen twijfel over het feit dat zo iemand een echte ondernemer is.

“Het wordt anders als bedrijven zzp’ers en werknemers door elkaar gebruiken voor dezelfde werkzaamheden”, zegt Kroon. Te denken valt aan instructeurs die ingehuurd worden door grotere rijscholen. In dat geval zullen beide partijen moeten kunnen aantonen dat de ingehuurde zzp’er geen schijnzelfstandige is. Daarvoor kunnen ze vooraf  hun overeenkomsten overleggen aan de belastingdienst, die dan een oordeel kan geven over de aard van de samenwerking. Keurt de belastingdienst de overeenkomst goed, dan geeft dat de opdrachtgever en zzp’er zekerheid dat er geen loonheffing afgedragen hoeven te worden.

Modelovereenkomsten

Zo’n overeenkomst is overigens niet verplicht, maar is wel verstandig als er onduidelijkheid zou kunnen ontstaan over de relatie tussen een zzp’er en zijn opdrachtgever. Op dit moment geldt nog een overgangsperiode. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om te bepalen of het nodig is om met een modelovereenkomst te werken en zo ja met welke. Tot die tijd geeft de belastingdienst vooral voorlichting. Daarna gaat er ook echt gecontroleerd worden op de naleving.

Veel partijen maken hun eigen specifieke overeenkomsten, maar nu blijkt dat het vaak lang duurt voordat de belasting tijd heeft om ze te toetsen. Op de site van de belastingdiensten staan ook modelcontracten, die voor veel beroepsgroepen bruikbaar zijn. “Als je zelfstandigen inhuurt, maak dan gebruik van de modelovereenkomsten die er al zijn en handel er ook naar”, adviseert Kroon. “En maak er een werkdocument naast, waarin je aanvullende afspraken maakt over hoe je samenwerkt.” Zo’n werkdocument hoeft niet door de belastingdienst getoetst te worden.

Meer algemene informatie over de wet DBA:

Yvonne Ton

Jan Gerrit Kroon van advocatenkantoor Blue Legal geeft op maandag 12 september tijdens de Lesauto Testdag een workshop over de veranderingen als gevolg van de nieuwe wet uitgebreid aan bod. Ga naar de website van de Lesauto Testdag voor meer informatie.

latd banner

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Yvonne Ton

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.