Irma Brauers, VRB

‘Men realiseert zich niet dat rijles geven een ervaringsvak is’

Gepubliceerd op 21-08-2017 om 09:00

Aan de hand van een enquête peilde VerkeersPro deze zomer wat de rijinstructeurs vinden dat er moet veranderen de Wet Rijonderricht Motorrijtuigen. Hoe kijken de brancheverenigingen naar de antwoorden van de rijinstructeurs? In hoeverre sluiten deze aan bij het advies van de verenigingen aan de Tweede Kamer? Het bestuur van Vereniging Rijschool Belang trapt af met een opinie: “In Nederland vindt de wetgever het kennelijk voldoende dat je dit vak in één werkweek kunt leren met 40 uur stage.”

“Zoals zo vaak binnen de branche waren er voor- en tegenstanders over het nut en noodzaak om alweer een enquête in te stellen. Maar opmerkelijk was ook het hoge aantal respondenten. De reacties waren overwegend positief kritisch, maar soms ook heel tegenstrijdig en onlogisch.

We hebben heel wat speurwerk verricht om te kunnen achterhalen waarom in de loop der jaren de eisen die aan een rijinstructeur worden gesteld zijn zoals ze tot de dag van vandaag worden toegepast. In onze beleving zijn er een paar cruciale kantelpunten: 1994 en 2009. Het Tweede Kamerstuk 21262 uit vergaderjaar 1992-1993 Herziening van de Wet rijonderricht motorrijtuigen zou iedereen moeten lezen. Ook in 1992 werden door Kamerleden kritische vragen werden gesteld en zeer opvallend, die zou je nagenoeg één op één kunnen leggen op de vragen en de problematiek die nu voorliggen.

Belangen

De enquête levert een aantal bevindingen op die bij de beroepsgroep de boventoon voeren zoals:.
De vragenlijst stond open voor iedereen. Dat heeft voordelen maar evenzoveel nadelen. Opleidingsinstituten hebben een ander (commercieel) belang dan de mensen van het CBR, I&M en IBKI. Er waren reacties van mensen die nooit in de branche werkzaam zijn geweest of enige professionele betrokkenheid hebben (gehad) met de branche.

Rijinstructeurs hebben meerdere belangen. Ze willen en verwachten primair goed opgeleid worden tot rijinstructeur. Maar niet iedereen weet de weg naar een goede opleider te vinden. Vervolgens denken ze dat wanneer ze examen hebben gedaan bij IBKI dat ze ook vakbekwaam zijn. Ze hebben immers geen referentiekader. En bij gebrek aan voldoende praktijkervaring gaat of moet men pionieren en vaak zelf het wiel uitvinden.”

Commercieel succes

Het tweede belang van een rijinstructeur is leerlingen opleiden zodat ze veilig aan het verkeer kunnen deelnemen. Te vaak ligt de lat bij de instructeur op het niveau van hetgeen gevraagd wordt bij het CBR examen. En dat is absoluut onvoldoende. Je zou als instructeur de grondhouding moeten hebben dat je opleidt voor een rijvaardigheidsbewijs, hetgeen je zou kunnen uitleggen als het toelatingsbewijs voor je mobiliteit.

Een instructeur heeft ook commerciële belangen, maar het is een kip- en eiverhaal. Heb je commercieel succes omdat je kwaliteit levert? Of kun je kwaliteit leveren als je commercieel je zaken op orde hebt? Uit de enquête bleek dat het merendeel de marges te klein vindt. Veel instructeurs die voor zichzelf beginnen en geen enkele financiële achtergrond hebben, maken vaak de beginnersfout door zich wat lesprijs en examentarieven betreft te oriënteren op de prijzen van hun concurrenten in plaats van een fatsoenlijke kostprijs berekening te (laten) maken. En probeer dan maar eens om dit naderhand om te buigen naar een reëel inkomen. De marge van de één hoeft niet het inkomen van de ander te zijn. Het vroegere Middenstandsdiploma was zo gek nog niet.

Drie groepen instructeurs

Wat ook duidelijk werd is dat het gros van de respondenten alleen hun eigen opleiding als referentiekader hebben. Er zijn momenteel drie groepen instructeurs actief in de branche: Groep 1 die tijdens hun opleiding een antisliptraining, twee stageplekken en examen bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat of de Kaderschool in Best hebben gedaan. Dit examen bestond uit twee delen: Deel één ging over Voertuigkennis, Voertuigbeheersing, Verkeersdeelneming, Verkeerswetgeving, Onderwijskunde en de Rijproef. Deel twee is het geven van een theorieles in groepsverband en het geven van een praktische les in een lesauto zonder van te voren te weten welk onderwerp je moest geven.

Groep 2 die geen stage- en antislipcursusverplichting heeft gevolgd tijdens een opleiding en examen gedaan hebben bij Innovam. Groep 3 die zonder praktische voorbereiding door het opleidingsinstituut of vooraf al getoetst tijdens een IBKI examen, een beperkt aantal stage uren heeft gevolgd en examens heeft afgelegd via de norm van de huidige praktijkbegeleidingen bij IBKI.

Onderwijskundige vaardigheden

En juist dat tweede deel van het examen bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat die groep 1 heeft afgelegd is wat in onze ogen momenteel pijnlijk ontbeerd wordt! Onderwijskundige vaardigheden worden te summier onderwezen en getoetst. Meerdere respondenten geven dit in de enquête aan. Ook opleiders onderkennen dit.

Er worden amper inhoudelijke eisen gesteld aan de stagegever en de stage-inhoud. De enquête levert ook hierover een verschillend beeld op. De gevestigde orde wil geen stage aanbieden omdat ze bang zijn hun eigen concurrent op te leiden. Er is geen animo om stage te geven omdat de instructeur in spé geen enkel idee heeft wat er van hem verwacht wordt. Hij of zij komt onvoorbereid door de opleidingsinstituten naar het stagebedrijf, of er is helemaal geen opleider aan te pas gekomen omdat men kennelijk denkt door zelfstudie of e-learning het vak te kunnen leren.

Verdienmodel

De opleider wil zichzelf maar ook de rijbewijsleerling niet blootstellen aan de onkunde van de stagenemer. VRB heeft in haar leden autoverzekering zelfs hiervoor een aparte clausule laten opnemen! Door bovengenoemde problematiek is wildgroei ontstaan omdat rijscholen die wel stage aanbieden hiervan een verdienmodel hebben gemaakt. Bedragen van duizend euro voor 40 uur stage zijn geen uitzondering. Men realiseert zich niet dat rijles geven een ervaringsvak is en dat de wetgever in Nederland het kennelijk voldoende vindt dat je dit in één werkweek kunt doen (40 uur stage). Stagecontroles zijn alleen papieren controles waardoor frauderen gemakkelijk is.

Ook bleek dat het merendeel van de respondenten de omslag in eindniveau van de instructeursexamens gemist heeft. En dat verklaart waarom de meningen over bijscholingstrajecten zo verschillen van elkaar. Zeker de groep die examen heeft gedaan bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat wisten aan welke strenge eisen zij moesten voldoen. Eén keer herkansing en dan niet voor alle vakken een voldoende: jammer dan, alles opnieuw doen!

Opvallend is dat het antwoord over de instroomeisen over de kennis van de Nederlandse taalbeheersing aangeeft dat dit een verplichting moet zijn. Maar als vervolgens wordt geopperd of het niveau van de nieuwkomers dan minimaal MBO 3 moet zijn krijg je als antwoord “Nee”. Dat is opmerkelijk want als dit niveau verplicht zou zijn gaat het kennisniveau van de Nederlandse taal toch automatisch mee omhoog? Ook in 1992 was het instellen van een vooropleidingseis al een issue.

Praktijkbegeleiding

18 procent heeft de vraag over de kwaliteit van IBKI niet beantwoord. Dat heeft verschillende oorzaken. IBKI medewerkers hebben de enquête ook ingevuld, mensen die geen examens of bijscholingen bij IBKI hoeven te doen hebben er geen ervaringen mee, CBR-mensen komen niet bij IBKI en een deel heeft nog helemaal geen praktijkbegeleiding gedaan. Maar de voornaamste reden is: men heeft de groep instructeurs die de RIS-aantekening hebben vergeten en die komen nooit bij IBKI voor een praktijkbegeleiding.

Deze groep bestaat inmiddels uit 1600 instructeurs. Dat is meer dan 12 procent van alle WRM-pasbezitters. Vragen over RIS/praktijkbegeleiding en sanctie zijn niet gesteld hetgeen de uitkomst toch beïnvloedt. Over RIS is niets terug te vinden. Niet over de inhoud maar ook niet over de kwaliteit of bejegening. Want ook bij RIS- praktijkbegeleidingen kun je zakken. En zakken betekent ook einde oefening? En waarom kies je er voor om RIS te doen? Omdat je er volledig achter staat of om de gang naar IBKI te voorkomen?

Professionaliseringsslag

VRB is van mening dat om een gezonde branche te creëren twee sporen bewandeld moeten worden: een goede consumentenvoorlichting en een professionaliseringsslag voor de zittende en toekomstige rijinstructeur. Dat er nog veel te winnen valt is duidelijk en het sterkt ons om door te gaan op de ingeslagen weg die we met het schrijven van het startdocument en de aanvullende Eisen & Aanbevelingen-documenten hebben ingezet.

Heel veel aanbevelingen en verbetervoorstellen die hierin zijn opgenomen worden door het overgrote deel van de uitslagen van de enquête van Verkeerspro bevestigd. In 1992 maar ook nu wordt voortdurend aangehaald dat de mogelijkheden tot zelfregulering binnen de branche zeer beperkt zijn omdat de organisatiegraad zeer laag is. En dat zou ons binnen de totale beroepsgroep toch tot nadenken moeten aanzetten.”

Lees ook de eerder geschreven verhalen over de uitkomsten van de enquête.

VRB is op 18 september met een stand aanwezig op de Lesauto Testdag in Soest. Ook neemt de VRB deel aan de discussie met de brancheverenigingen, het CBR en IBKI. Meld je hier aan voor de workshop.

Wil je ook elke week de gratis nieuwsbrief van VerkeersPro ontvangen? Vul hier jouw e-mailadres in:

Onderwerpen: ,

Auteur: Nadine Kieboom

Nadine Kieboom is de vaste journalist van RijschoolPro.nl en schrijft daarnaast voor Zelfrijdendvervoer.nl

1 reactie op “‘Men realiseert zich niet dat rijles geven een ervaringsvak is’”

Youran van Ark|26.08.17|09:34

2009 zonder stage bevoegdheid behaald. Gelijk hoogste slagingspercentage van de regio. Klopt dus niets van dat je ervaring zou moeten hebben.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.