Peter van Neck (midden)

‘Veranderingen in rijschoolbranche lukken niet met deze minister’

Peter van Neck (midden)

Grote positieve veranderingen in de rijschoolbranche hoeven we niet te verwachten onder het bewind van minister Schultz van IenM. Het gaat voor het gevoel wel beter met de branche, maar de ontwikkelingen gaan zo snel dat het nauwelijks te voorspellen is hoe de markt er volgend jaar uit ziet. Het zijn enkele van de conclusies die de voorzitters van de brancheorganisaties VRB, FAM en Bovag Rijscholen dinsdag trokken tijdens de Lesauto Testdag 2015.

Peter van Neck (VRB), Ruud Rutten (FAM) en Frank Hoornenborg (Bovag) gingen daar in gesprek met elkaar en een groep rijinstructeurs over het wel en wee van de branche. Aan de hand van vragen en stellingen gingen de branchevoorzitters in op ontwikkelingen als internet en apps in de rijschoolbranche, de zelfrijdende auto, digitale theorielessen en de trots die rijinstructeurs voelen voor hun vak. Ook de ongeveer tachtig aanwezige workshopdeelnemers konden meestemmen over de stellingen via hun smartphone.

Het gaat weer beter met de branche.

Frank Hoornenborg: “Gevoelsmatig gaat het inderdaad beter. We zien ook allemaal de cijfers met de verwachting dat het aantal 17- en 18-jarigen de komende vijf jaar toeneemt, dat is een mooi perspectief. Toch vind ik het moeilijk om te zeggen dat het al structureel beter gaat. Daar zijn de signalen nog te pril voor.”

70 procent van de aanwezigen vindt dat het beter gaat met de branche.

Ik ben er trots op om rijinstructeur te zijn.

Peter van Neck: “Ik ben heel trots op mijn vak. Ik kan er ook met veel passie over praten, en dat doe ik dan ook graag. Toch zie ik vaak mensen om me heen die het vak van rijinstructeur onderwaarderen. Dat komt ongetwijfeld mede doordat de rijschoolwereld zo vaak negatief in het nieuws is geweest. Ik begrijp dat wel, maar het doet tekort aan al die rijinstructeurs die zo intensief en professioneel met hun vak bezig zijn.”

Ruud Rutten vindt ook dat rijinstructeurs niet de waardering krijgen die ze verdienen. “Er is niets mooier dan met iemand in de auto stappen die absoluut niets kan, en even later weglopen met een rijbewijs. Maar eerlijk, soms zat ik op vakantie met een glaasje wijn en kreeg ik de vraag van iemand wat voor vak ik doe. Dan dacht ik wel eens: wat ga ik nu eens verzinnen.”

Bijna 90 procent is er trots op om rijinstructeur te zijn.

Ik zie de meeste kans om me te onderscheiden door kwaliteit/lage prijzen/betrouwbaarheid.

Rutten: “Ik zie het als een combinatie van kwaliteit en betrouwbaarheid, maar als ik moet kiezen, dan ga ik toch voor de eerste. Rijinstructeurs moeten zich onderscheiden in de branche. Iemand die zijn vak goed verstaat, de bijscholingen volgt en hier iets van opsteekt en mede daardoor up to date blijft over ontwikkelingen met betrekking tot zijn vak, zal er dan altijd bovenuit steken. Daarmee toont iemand zich ook eerder een betrouwbare partner.”

Bijna 75 procent koos voor kwaliteit om zich te onderscheiden.

Internet en apps zullen de rijschoolbranche flink veranderen.

Hoornenborg: “Als rijschool moet je weten waar je doelgroep is, en die is online te vinden. Dit is dus de toekomst. Doe je hier niets mee, dan blijf je achter, en dat wordt alleen maar erger. De jeugd verlangt en eist het ook dat zij hier hun informatie kunnen vinden.”

Ruim 90 procent denkt dat dit inderdaad de branche flink gaat veranderen.

Een concept als Airbnb of Uber zal ook de rijschoolbranche overnemen.

Van Neck: “Je weet nooit hoe een balletje gaat rollen. Inderdaad, in de taxibranche lag alles met Uber binnen twee jaar ook op zijn kop, maar ik ben er in de rijschoolbranche niet bang voor dat iets soortgelijks gebeurt.”

Uit de zaal komt een reactie van een rijschoolhouder die meldt wel bang te zijn voor initiatieven als de recent opgestarte rijexamenservice, een rijschool die praktijkexamens aanbiedt zonder lessen. Hoornenborg reageert: “Juridisch gezien is het erg lastig om dit tegen te houden. Daarentegen is het erg verontrustend, maar tegelijk wel de harde werkelijkheid. Het is moeilijk te zeggen of hier vraag naar is. Een slimme kandidaat zal hier in ieder geval niet aan beginnen.”

Rutten reageert stellig tegenover kandidaten die wel via deze weg proberen hun rijbewijs te halen. “Mooi, daar zijn we dan vanaf. Als kwaliteitsrijschool waren wij toch al nooit op zoek naar zulke leerlingen die op deze wijze aan hun papiertje proberen te komen.”

Bijna 90 procent denkt niet dat dergelijke concepten de branche gaan overnemen.

Het heeft nut om aangesloten te zijn bij een branchevereniging.

Rutten: “Het is belangrijk dat iedereen weet dat wij handelen in het belang van ons vak. Wij knokken als drie brancheverenigingen samen keihard om de branche te verbeteren. Het is jammer dat ik door de pers nooit word gebeld als er iets goeds gebeurt in de branche, want die momenten zijn er ook genoeg. Daarbij is het een belangrijke stap dat wij op steeds meer vlakken op één lijn liggen met het CBR. Helaas hebben wij op dit moment de verkeerde minister om veranderingen in de branche voor elkaar te krijgen.

Hoornenborg sluit zich daar bij aan. “De huidige liberale regering speelt niet in ons voordeel. Er gaan vanuit Den Haag geen verandering komen. De enige mogelijkheid om minister Schultz om te turnen is met meer draagvlak. De bij een branchevereniging aangesloten rijscholen vertegenwoordigen een groot deel van het totaal aantal examens in Nederland, maar de minister kijkt alleen naar aantallen. En dan komen we tekort.”

Van Neck: “Wij hebben goed contact met veel Kamerleden en zitten daar vaak mee aan tafel. Met de minister hebben wij echter nog nooit aan tafel gezeten. Wat onze branche betreft, heeft ze een plaat hout voor haar hoofd.”

Precies 40 procent van de aanwezigen is lid van een van de brancheverenigingen.

Over 25 jaar zijn rijinstructeurs overbodig door de zelfrijdende auto.

Hoornenborg: “Ik kan hier volmondig ‘nee’ op antwoorden. Zolang de menselijke factor juridisch gezien belangrijk is in de afhandeling van bijvoorbeeld schuld bij ongevallen, zal een rijbewijs nodig zijn. Tegen de tijd dat dit niet zo ver is, zijn we misschien al wel drie generaties verder. Het gaat ook niet alleen om de snelheid van ontwikkelingen in Nederland; ook de rest van Europa moet mee. Daar moet je dan ook zonder rijbewijs kunnen rijden.”

Rutten: “In de lijn van die technologische ontwikkelingen ben ik wel erg blij dat we met het CBR overeenstemming bereikt over het toestaan van hulpmiddelen als dodehoekverklikkers en andere ondersteunende systemen in de auto. Dit brengt ook andere ontwikkelingen met zich mee; bij het kopen van een nieuwe auto komt meer kijken dan een sleutel en een bosje bloemen. Uitleg over alle techniek is noodzakelijk. Wat dat betreft zou ik zeggen: pak je kans als rijschoolhouder. Wij hebben onlangs ook afspraken gemaakt met lokale dealers. Oudere bestuurders verwijzen zij door naar ons om na een rijles optimaal gebruik te kunnen maken van opties en bijvoorbeeld zuinig rijden met een hybride.”

Bijna 20 procent van de aanwezige instructeurs denkt overbodig te zijn over 25 jaar.

Virtual Reality gaat een grote impact hebben op de rijschoolbranche.

VRB-voorzitter Van Neck denkt dat er zeker toekomst zit in onder andere de Oculus Rift-bril die steeds realistischere beelden geeft. Hoornenborg heeft zo’n 3D-bril kunnen uitproberen. “Het is mooi om mee te maken, om te zien wat er allemaal al kan. Het werkt zeer realistisch. Dit kan zeker in de toekomst veel toevoegen aan bijvoorbeeld de praktijkles. Een grote impact verwacht ik echter niet. Het blijft een ondersteunend instrument, en geen vervanging van de rijles.”

Rutten ziet kansen voor Virtual Reality op andere gebieden dan ondersteuning van de rijles. “Laat op deze wijze bijvoorbeeld jongeren ervaren hoe het is om te rijden onder invloed van alcohol of drugs.”

Bijna honderd procent denkt dat Virtual Reality een grote impact gaat hebben.

In de toekomst zijn de beste kansen op succes voor grote rijscholen/kleine rijscholen.

Van Neck: “De grootte van je rijschool bepaalt je succes niet, dat bepaal je zelf. Natuurlijk gaan de technologische ontwikkelingen ook investeringen vragen welke door de grotere jongens gemakkelijker kunnen worden gedaan. Maar hier liggen altijd kansen voor kleinere rijscholen om bijvoorbeeld samen een rijsimulator aan te schaffen.”

Ook Hoornenborg sluit zich hierbij aan, die denkt dat de bevlogenheid en professionaliteit van een rijschool het succes bepaalt. Rutten herkent dat er verschillen zijn tussen grote en kleine rijscholen zijn, maar dat dit geen invloed zal hebben op de kansen. “Bij een grote rijschool zijn er wellicht meer mogelijkheden, terwijl een kleine rijschool persoonlijker is en een kandidaat verzekert van dezelfde instructeur en auto bij iedere les. Sowieso zullen deze kleinere rijscholen steeds vaker de samenwerking gaan zoeken.”

Ook bij de aanwezigen ligt de verhouding op 50/50 procent. 

Er bestaan straks alleen nog maar digitale theorielessen.

Rutten: “Dat gaat niet gebeuren. Er zal op dit gebied natuurlijk wel een bepaalde ontwikkeling plaats gaan vinden. Toch zal er altijd een groep blijven die het niet redt op de computer. Daarbij herkennen velen de voordelen van een instructeur die in een lokaal ook vertelt wat er in de theorie staat.”

Hoornenborg en van Neck verwachten een grote toevlucht van kandidaten op digitale lessen. Toch zullen er nooit alleen maar digitale theorielessen komen, zo denken zij. “Een boek kun je toch ergens mee naartoe nemen en vasthouden. Dat doet iets”, aldus Van Neck.

Een kwart van de aanwezigen denkt dat er alleen digitale theorielessen overblijven.

Ik houd me als rijinstructeur meer met 2016 bezig dan met 2025.

Hoornenborg: “Een jaar vooruitkijken is al lastig, laat staan tien jaar. Eigenlijk kijken we per cyclus van drie maanden. Dan moeten er immers weer nieuwe leerlingen worden geworven. Echter weet je nooit hoe de markt zich ontwikkelt, en dat maakt het lastig om verder vooruit te blikken. Dat kun je alleen in grote lijnen doen, en dan ziet het er voor de komende vijf jaar in ieder geval goed uit.”

Van Neck denkt dat het belangrijkste is dát er vooruit gekeken wordt. “En ik zie zeker licht aan het einde van de tunnel. Nu hopen dat het geen trein is.”

Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met 2025 bezig dan met 2016.

Lars Verpalen

Auteur: Lars Verpalen

6 reacties op “‘Veranderingen in rijschoolbranche lukken niet met deze minister’”

Rij School|17.09.15|13:07

@ Lars Verpalen: Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met 2025….? Dat lijkt mij wat ver weg ;-)

Lars Verpalen|17.09.15|14:25

@ Rij School: De weergegeven percentages zijn de resultaten van de stemming van de workshopdeelnemers tijdens deze sessie.

Rij School|17.09.15|21:05

@Lars de afsluiting: Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met =>> 2025 <<== bezig dan met 2016.
Wat heeft dat met percentages van doen?

Kees Foks|17.09.15|22:27

Het gaat beter zo wordt gesteld heel grappig om te lezen . In vergelijking met het normale bedrijfsleven laat staan het onderwijs is de inkomenspositie nog steeds op een achterlijk laag niveau. al wij dan zo belangrijk werk doen laat dit dan eens financieel gewaardeerd worden. Daar moeten de branche vertegenwoordigers het over hebben met ministerie van economische/onderwijs. en niet lopen te filosoferen over grote /kleine rijscholen wie wel of niet overleefd ,volkomen onbelangrijk.

Lars Verpalen|18.09.15|09:33

@Rij School. De stelling ging over de vraag of rijscholen meer met de verre toekomst bezig zijn (=over 10 jaar = 2025) dan met volgend jaar (=2016).

Kenny Willemsen|21.09.15|22:38

dhr Hoornenborg tja draagvlak is een pijnlijk iets als de leden afnemen. Maar om nou de minister een trap na te geven is wel gevaarlijk. Jullie lobby loopt dan gevaar en de mogelijk is aanwezig dat ze haar oren gaat laten hangen naar iets wat jullie minder leuk zullen gaan vinden.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

‘Veranderingen in rijschoolbranche lukken niet met deze minister’ | RijschoolPro
Peter van Neck (midden)

‘Veranderingen in rijschoolbranche lukken niet met deze minister’

Peter van Neck (midden)

Grote positieve veranderingen in de rijschoolbranche hoeven we niet te verwachten onder het bewind van minister Schultz van IenM. Het gaat voor het gevoel wel beter met de branche, maar de ontwikkelingen gaan zo snel dat het nauwelijks te voorspellen is hoe de markt er volgend jaar uit ziet. Het zijn enkele van de conclusies die de voorzitters van de brancheorganisaties VRB, FAM en Bovag Rijscholen dinsdag trokken tijdens de Lesauto Testdag 2015.

Peter van Neck (VRB), Ruud Rutten (FAM) en Frank Hoornenborg (Bovag) gingen daar in gesprek met elkaar en een groep rijinstructeurs over het wel en wee van de branche. Aan de hand van vragen en stellingen gingen de branchevoorzitters in op ontwikkelingen als internet en apps in de rijschoolbranche, de zelfrijdende auto, digitale theorielessen en de trots die rijinstructeurs voelen voor hun vak. Ook de ongeveer tachtig aanwezige workshopdeelnemers konden meestemmen over de stellingen via hun smartphone.

Het gaat weer beter met de branche.

Frank Hoornenborg: “Gevoelsmatig gaat het inderdaad beter. We zien ook allemaal de cijfers met de verwachting dat het aantal 17- en 18-jarigen de komende vijf jaar toeneemt, dat is een mooi perspectief. Toch vind ik het moeilijk om te zeggen dat het al structureel beter gaat. Daar zijn de signalen nog te pril voor.”

70 procent van de aanwezigen vindt dat het beter gaat met de branche.

Ik ben er trots op om rijinstructeur te zijn.

Peter van Neck: “Ik ben heel trots op mijn vak. Ik kan er ook met veel passie over praten, en dat doe ik dan ook graag. Toch zie ik vaak mensen om me heen die het vak van rijinstructeur onderwaarderen. Dat komt ongetwijfeld mede doordat de rijschoolwereld zo vaak negatief in het nieuws is geweest. Ik begrijp dat wel, maar het doet tekort aan al die rijinstructeurs die zo intensief en professioneel met hun vak bezig zijn.”

Ruud Rutten vindt ook dat rijinstructeurs niet de waardering krijgen die ze verdienen. “Er is niets mooier dan met iemand in de auto stappen die absoluut niets kan, en even later weglopen met een rijbewijs. Maar eerlijk, soms zat ik op vakantie met een glaasje wijn en kreeg ik de vraag van iemand wat voor vak ik doe. Dan dacht ik wel eens: wat ga ik nu eens verzinnen.”

Bijna 90 procent is er trots op om rijinstructeur te zijn.

Ik zie de meeste kans om me te onderscheiden door kwaliteit/lage prijzen/betrouwbaarheid.

Rutten: “Ik zie het als een combinatie van kwaliteit en betrouwbaarheid, maar als ik moet kiezen, dan ga ik toch voor de eerste. Rijinstructeurs moeten zich onderscheiden in de branche. Iemand die zijn vak goed verstaat, de bijscholingen volgt en hier iets van opsteekt en mede daardoor up to date blijft over ontwikkelingen met betrekking tot zijn vak, zal er dan altijd bovenuit steken. Daarmee toont iemand zich ook eerder een betrouwbare partner.”

Bijna 75 procent koos voor kwaliteit om zich te onderscheiden.

Internet en apps zullen de rijschoolbranche flink veranderen.

Hoornenborg: “Als rijschool moet je weten waar je doelgroep is, en die is online te vinden. Dit is dus de toekomst. Doe je hier niets mee, dan blijf je achter, en dat wordt alleen maar erger. De jeugd verlangt en eist het ook dat zij hier hun informatie kunnen vinden.”

Ruim 90 procent denkt dat dit inderdaad de branche flink gaat veranderen.

Een concept als Airbnb of Uber zal ook de rijschoolbranche overnemen.

Van Neck: “Je weet nooit hoe een balletje gaat rollen. Inderdaad, in de taxibranche lag alles met Uber binnen twee jaar ook op zijn kop, maar ik ben er in de rijschoolbranche niet bang voor dat iets soortgelijks gebeurt.”

Uit de zaal komt een reactie van een rijschoolhouder die meldt wel bang te zijn voor initiatieven als de recent opgestarte rijexamenservice, een rijschool die praktijkexamens aanbiedt zonder lessen. Hoornenborg reageert: “Juridisch gezien is het erg lastig om dit tegen te houden. Daarentegen is het erg verontrustend, maar tegelijk wel de harde werkelijkheid. Het is moeilijk te zeggen of hier vraag naar is. Een slimme kandidaat zal hier in ieder geval niet aan beginnen.”

Rutten reageert stellig tegenover kandidaten die wel via deze weg proberen hun rijbewijs te halen. “Mooi, daar zijn we dan vanaf. Als kwaliteitsrijschool waren wij toch al nooit op zoek naar zulke leerlingen die op deze wijze aan hun papiertje proberen te komen.”

Bijna 90 procent denkt niet dat dergelijke concepten de branche gaan overnemen.

Het heeft nut om aangesloten te zijn bij een branchevereniging.

Rutten: “Het is belangrijk dat iedereen weet dat wij handelen in het belang van ons vak. Wij knokken als drie brancheverenigingen samen keihard om de branche te verbeteren. Het is jammer dat ik door de pers nooit word gebeld als er iets goeds gebeurt in de branche, want die momenten zijn er ook genoeg. Daarbij is het een belangrijke stap dat wij op steeds meer vlakken op één lijn liggen met het CBR. Helaas hebben wij op dit moment de verkeerde minister om veranderingen in de branche voor elkaar te krijgen.

Hoornenborg sluit zich daar bij aan. “De huidige liberale regering speelt niet in ons voordeel. Er gaan vanuit Den Haag geen verandering komen. De enige mogelijkheid om minister Schultz om te turnen is met meer draagvlak. De bij een branchevereniging aangesloten rijscholen vertegenwoordigen een groot deel van het totaal aantal examens in Nederland, maar de minister kijkt alleen naar aantallen. En dan komen we tekort.”

Van Neck: “Wij hebben goed contact met veel Kamerleden en zitten daar vaak mee aan tafel. Met de minister hebben wij echter nog nooit aan tafel gezeten. Wat onze branche betreft, heeft ze een plaat hout voor haar hoofd.”

Precies 40 procent van de aanwezigen is lid van een van de brancheverenigingen.

Over 25 jaar zijn rijinstructeurs overbodig door de zelfrijdende auto.

Hoornenborg: “Ik kan hier volmondig ‘nee’ op antwoorden. Zolang de menselijke factor juridisch gezien belangrijk is in de afhandeling van bijvoorbeeld schuld bij ongevallen, zal een rijbewijs nodig zijn. Tegen de tijd dat dit niet zo ver is, zijn we misschien al wel drie generaties verder. Het gaat ook niet alleen om de snelheid van ontwikkelingen in Nederland; ook de rest van Europa moet mee. Daar moet je dan ook zonder rijbewijs kunnen rijden.”

Rutten: “In de lijn van die technologische ontwikkelingen ben ik wel erg blij dat we met het CBR overeenstemming bereikt over het toestaan van hulpmiddelen als dodehoekverklikkers en andere ondersteunende systemen in de auto. Dit brengt ook andere ontwikkelingen met zich mee; bij het kopen van een nieuwe auto komt meer kijken dan een sleutel en een bosje bloemen. Uitleg over alle techniek is noodzakelijk. Wat dat betreft zou ik zeggen: pak je kans als rijschoolhouder. Wij hebben onlangs ook afspraken gemaakt met lokale dealers. Oudere bestuurders verwijzen zij door naar ons om na een rijles optimaal gebruik te kunnen maken van opties en bijvoorbeeld zuinig rijden met een hybride.”

Bijna 20 procent van de aanwezige instructeurs denkt overbodig te zijn over 25 jaar.

Virtual Reality gaat een grote impact hebben op de rijschoolbranche.

VRB-voorzitter Van Neck denkt dat er zeker toekomst zit in onder andere de Oculus Rift-bril die steeds realistischere beelden geeft. Hoornenborg heeft zo’n 3D-bril kunnen uitproberen. “Het is mooi om mee te maken, om te zien wat er allemaal al kan. Het werkt zeer realistisch. Dit kan zeker in de toekomst veel toevoegen aan bijvoorbeeld de praktijkles. Een grote impact verwacht ik echter niet. Het blijft een ondersteunend instrument, en geen vervanging van de rijles.”

Rutten ziet kansen voor Virtual Reality op andere gebieden dan ondersteuning van de rijles. “Laat op deze wijze bijvoorbeeld jongeren ervaren hoe het is om te rijden onder invloed van alcohol of drugs.”

Bijna honderd procent denkt dat Virtual Reality een grote impact gaat hebben.

In de toekomst zijn de beste kansen op succes voor grote rijscholen/kleine rijscholen.

Van Neck: “De grootte van je rijschool bepaalt je succes niet, dat bepaal je zelf. Natuurlijk gaan de technologische ontwikkelingen ook investeringen vragen welke door de grotere jongens gemakkelijker kunnen worden gedaan. Maar hier liggen altijd kansen voor kleinere rijscholen om bijvoorbeeld samen een rijsimulator aan te schaffen.”

Ook Hoornenborg sluit zich hierbij aan, die denkt dat de bevlogenheid en professionaliteit van een rijschool het succes bepaalt. Rutten herkent dat er verschillen zijn tussen grote en kleine rijscholen zijn, maar dat dit geen invloed zal hebben op de kansen. “Bij een grote rijschool zijn er wellicht meer mogelijkheden, terwijl een kleine rijschool persoonlijker is en een kandidaat verzekert van dezelfde instructeur en auto bij iedere les. Sowieso zullen deze kleinere rijscholen steeds vaker de samenwerking gaan zoeken.”

Ook bij de aanwezigen ligt de verhouding op 50/50 procent. 

Er bestaan straks alleen nog maar digitale theorielessen.

Rutten: “Dat gaat niet gebeuren. Er zal op dit gebied natuurlijk wel een bepaalde ontwikkeling plaats gaan vinden. Toch zal er altijd een groep blijven die het niet redt op de computer. Daarbij herkennen velen de voordelen van een instructeur die in een lokaal ook vertelt wat er in de theorie staat.”

Hoornenborg en van Neck verwachten een grote toevlucht van kandidaten op digitale lessen. Toch zullen er nooit alleen maar digitale theorielessen komen, zo denken zij. “Een boek kun je toch ergens mee naartoe nemen en vasthouden. Dat doet iets”, aldus Van Neck.

Een kwart van de aanwezigen denkt dat er alleen digitale theorielessen overblijven.

Ik houd me als rijinstructeur meer met 2016 bezig dan met 2025.

Hoornenborg: “Een jaar vooruitkijken is al lastig, laat staan tien jaar. Eigenlijk kijken we per cyclus van drie maanden. Dan moeten er immers weer nieuwe leerlingen worden geworven. Echter weet je nooit hoe de markt zich ontwikkelt, en dat maakt het lastig om verder vooruit te blikken. Dat kun je alleen in grote lijnen doen, en dan ziet het er voor de komende vijf jaar in ieder geval goed uit.”

Van Neck denkt dat het belangrijkste is dát er vooruit gekeken wordt. “En ik zie zeker licht aan het einde van de tunnel. Nu hopen dat het geen trein is.”

Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met 2025 bezig dan met 2016.

Lars Verpalen

Auteur: Lars Verpalen

6 reacties op “‘Veranderingen in rijschoolbranche lukken niet met deze minister’”

Rij School|17.09.15|13:07

@ Lars Verpalen: Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met 2025….? Dat lijkt mij wat ver weg ;-)

Lars Verpalen|17.09.15|14:25

@ Rij School: De weergegeven percentages zijn de resultaten van de stemming van de workshopdeelnemers tijdens deze sessie.

Rij School|17.09.15|21:05

@Lars de afsluiting: Een kwart van de aanwezige instructeurs houdt zich meer met =>> 2025 <<== bezig dan met 2016.
Wat heeft dat met percentages van doen?

Kees Foks|17.09.15|22:27

Het gaat beter zo wordt gesteld heel grappig om te lezen . In vergelijking met het normale bedrijfsleven laat staan het onderwijs is de inkomenspositie nog steeds op een achterlijk laag niveau. al wij dan zo belangrijk werk doen laat dit dan eens financieel gewaardeerd worden. Daar moeten de branche vertegenwoordigers het over hebben met ministerie van economische/onderwijs. en niet lopen te filosoferen over grote /kleine rijscholen wie wel of niet overleefd ,volkomen onbelangrijk.

Lars Verpalen|18.09.15|09:33

@Rij School. De stelling ging over de vraag of rijscholen meer met de verre toekomst bezig zijn (=over 10 jaar = 2025) dan met volgend jaar (=2016).

Kenny Willemsen|21.09.15|22:38

dhr Hoornenborg tja draagvlak is een pijnlijk iets als de leden afnemen. Maar om nou de minister een trap na te geven is wel gevaarlijk. Jullie lobby loopt dan gevaar en de mogelijk is aanwezig dat ze haar oren gaat laten hangen naar iets wat jullie minder leuk zullen gaan vinden.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.