Begeleid Rijden, Team Alert, 2toDrive

Evaluatie 2toDrive: begeleid rijden leidt niet tot gevaarlijke situaties

Meer dan de helft van de 2toDrivers heeft minimaal 1.000 kilometer rijervaring opgedaan op het moment dat hij zelfstandig de weg op mag. Vijftien procent van de 2toDrivers geeft aan wel eens zonder begeleider te hebben gereden. En het rijden met een coach lijkt niet tot gevaarlijke situaties te leiden: er wordt slechts materiële schade gereden. Dat zijn enkele conclusies uit het eerste deel van de evaluatie van het 2toDrive-project die Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) uitvoerde. 

Om na te gaan wat het verkeersveiligheidseffect is van begeleid rijden, voert SWOV momenteel in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu de evaluatiestudie uit. Deze vindt stapsgewijs plaats. De eerste twee stappen zijn inmiddels genomen: inzicht geven in wie deelneemt in 2toDrive en hoe begeleid rijden in de praktijk plaatsvindt. Het totale onderzoek moet een effectenschatting op ongevallen en overtredingen opleveren, die naar verwachting in 2016 gerapporteerd wordt.

Gevaar

Het rijden onder begeleiding van een coach lijkt niet tot gevaarlijke situaties te leiden. Dat wordt door de stichting voor verkeersveiligheidsonderzoek gesteld. Het aantal 2toDrivers dat aangeeft tijdens het oefenen een bekeuring te hebben gehad, is volgens de SWOV met één procent ‘klein’ te noemen. In totaal meldde 1,7 procent van de 2toDrivers die aan het onderzoek deelnamen een ongeval te hebben gehad. “De ongevallen dié ze melden, hebben echter uitsluitend tot (lichte) materiële schade geleid en gebeurden ook zeker niet altijd door toedoen van de 2toDriver”, zo valt te lezen.

Volgens de geraadpleegde coaches is het aantal ongevallen dat de 2toDrivers hebben gehad zelfs de helft minder dan het cijfer dat de jongeren zelf aangeven. “Een denkbare reden is dat de aanrijdingen hebben plaatsgevonden met een andere van de vijf mogelijke coaches. Maar kan ook zo zijn dat jongeren een gebeurtenis eerder als een ongeval of aanrijding kwalificeren dan meer ervaren bestuurders. Denk bijvoorbeeld aan het net schampen van een paaltje.” Het is echter niet mogelijk deze ongevallen af te zetten tegen landelijke gegevens, zo wordt gesteld, omdat de meeste ‘ongevallen’ die de jongeren rapporteerden niet in de landelijke registraties terechtkomen en mogelijk zelfs niet aan de verzekering worden doorgegeven.

Rijbewijs

2toDrivers zijn in bijna 58 procent van de gevallen man, de overige 42 procent is vrouw, zo blijkt ook uit enquête-gegevens. De belangrijkste redenen om deel te nemen aan het project is dat de jongeren direct na hun achttiende verjaardag zelfstandig mogen autorijden. Ook het feit dat ze ook al vóór die tijd een auto mogen besturen, weegt zwaar mee. Voor de niet-deelnemers is het idee dat ze later nog genoeg tijd hebben om een rijbewijs te halen doorslaggevend, zo blijkt. Daarnaast spelen de kosten in meer dan 50 procent van de gevallen een grote rol in die beslissing en heeft bijna 45 procent van de niet-2toDrivers gewoonweg geen behoefte om auto te gaan rijden.

De jongeren die via de proef al voor hun achttiende in de auto stappen, blijken niet meer of minder bezig met veiligheid en snelheid of meer op zoek te zijn naar spanning, dan personen die tot net na die leeftijd wachten met het halen van het rijbewijs, zo concludeert de SWOV. De jongeren worden over het algemeen gecoached door hun ouder van dezelfde sekse. Ruim 15 procent van de jongeren die deelnemen aan de proef, zegt overigens wel eens zonder coach te hebben gereden. “Weliswaar zeggen de meesten dit ‘vrijwel nooit’ te doen. Toch is 15 procent niet onaanzienlijk en dit zal in de volgende stap van de evaluatie onderzocht worden”, zo laat de onderzoeksstichting weten. Ze stelt dat onduidelijk is hoeveel jongeren die via de reguliere weg hun rijbewijs hebben gehaald wel eens zonder rijbewijs hebben gereden.

Begeleiding

Een 2toDriver rijdt in de fase van begeleid rijden naar schatting gemiddeld 1.800 kilometer, zo blijkt uit de onderzoeksgegevens. Met 30 procent van de jongeren legt de grootste groep in die periode tussen de 1.000 en 2.500 kilometer achter het stuur af. Een kwart meer dan 2.500. In Nederland rijden jongens overigens duidelijk meer kilometers dan meisjes, zo blijkt. Gemiddeld respectievelijk 1.400 en 2.200 kilometer. In vergelijking met schattingen uit andere Europese landen waar begeleid rijden-projecten lopen, komen die aantallen redelijk overeen. De Nederlandse jongeren zitten overigens eerder aan de onderkant dan aan de bovenkant van de range.

Zo wordt in Finland zo’n 1.000 kilometer gereden, in Noorwegen en Frankrijk 2.000, in Oostenrijk 3.000 en in Zweden 4.000. In Duitsland ligt het aantal kilometers naar schatting tussen de 1.800 en 2.800. In eerder onderzoek op basis van een vergelijking tussen de Noorse en Zweedse cijfers werd gesteld dat er ten minste tussen de 5.000 en 7.000 kilometer onder begeleiding zou moeten worden gereden. “Maar aan de andere kant blijkt begeleid rijden in Duitsland een duidelijk positief effect op ongevallen en overtredingen te hebben. De volgende fase van de evaluatie van 2toDrive zal meer duidelijkheid geven over de effecten in Nederland”, aldus de SWOV.

Rijden

2toDrivers in Nedeland oefenen regelmatig, zo wordt gesteld. “Een of meerdere keren per week.” Iets meer dan 60 procent van de jongeren zegt meerdere keren per week met een coach in de auto te stappen. Na verloop van tijd wordt het iets minder frequent, maar het overgrote gedeelte blijft ten minste een keer in de week rijden. Ongeveer een op de vijf jongeren alsook de coaches zegt de frequentie waarmee geoefend wordt te weinig te vinden. Vaak ligt een gebrek aan tijd van de jongere of van de coach eraan ten grondslag. SWOV: “Maar over het algemeen nemen de jongeren zelf het initiatief om te gaan oefenen.”

De meeste oefenritten lijken overdag plaats te vinden, buiten de spits en op provinciale wegen of de autosnelweg. Naar verhouding doen de 2toDrivers weinig ervaring op met het rijden in mist of met gladheid. “Dit soort omstandigheden doen zich natuurlijk ook niet zo vaak voor en al helemaal niet tijdens de zachte winter van 2013-2014 waarin de respondenten in onze steekproef met name gereden hebben”, zo verduidelijkt de SWOV. En verreweg de meeste ritten zijn ritten die toch al gemaakt worden: familiebezoek, iemand wegbrengen of ophalen, boodschappen doen enzovoorts.

Alcohol

In de rapportage van de SWOV wordt wel melding gemaakt van het feit dat bijna 10 procent van de 2toDrive-jongeren aangeeft wel eens als ‘de BOB’ te worden ingezet als ze met hun coach rijden. Maar of het de coach is die in die gevallen heeft gedronken of een andere passagier, dat blijft onduidelijk. En als het wel om de coach ging, dan is niet zeker of diens alcoholpromillage ook boven de wettelijke limiet voor bestuurders lag. “Er is op basis van onze gegevens onvoldoende reden aan te nemen dat coaches regelmatig onder invloed van alcohol hun pupil begeleiden, maar dit aspect verdient wellicht aandacht bij de definitieve invoering van de maatregel.”

“Als 2toDrive definitief zou worden ingevoerd, ben ik voornemens in de wet een strafbaarstelling voor een begeleider op te nemen die onder invloed is van de rijvaardigheid beïnvloedende stoffen”, zo heeft minister Schultz van Haegen inmiddels gereageerd. “Maar dit was binnen de grenzen van het experiment niet mogelijk.”

Coach

2toDrivers ervaren het rijden onder begeleiding van een coach als positief, zo blijkt uit de enquête. De jongeren, en dan iets vaker meisjes dan jongens, zeggen het overwegend nuttig te vinden en leuk. Daarnaast leidt het niet af, zo wordt door de onderzoeksgroep aangegeven, waarvan over vaker door jongens dan door meisjes. De jongens die deelnamen aan het onderzoek zeiden overigens vaker dan hun vrouwelijke mede-2toDrivers bijna nooit commentaal of adviezen van hun coach te krijgen. De coaches zeggen vaker dan de jongeren commentaar of adviezen aan hun pupil te geven. Ze stellen wel dat de kwaliteit van het rijden van hun 2toDriver in de loop van het coachen verbetert.

Ook de coacht ervaren het begeleiden en oefenen als overwegend als positief. Verreweg de meesten (94 procent) zijn het met de stelling eens dat de rol als coach nuttig is. Leuk en gezellig zegt 91 procent. En ruim 80 procent van de coaches vindt het begeleiden van een 2toDriver een verantwoordelijke taak. Slechts een kleine 7 procent van de coaches vindt de rol van coach gevaarlijk, iets meer dan 10 procent vindt het belastend, iets meer dan 3 procent vindt het onduidelijk en 16 procent moeilijk.

Mobiliteit

Er zijn aanwijzingen dat 2toDrive tijdens de fase van begeleid rijden tot iets meer mobiliteit leidt. Ongeveer 10 procent van de begeleidingsritten zou immers niet gemaakt zijn als er geen 2toDriver was die moest oefenen, zo stelt de SWOV. “Maar die 10 procent extra mobiliteit lijkt niet extra risicovol. Onderzoek uit Zweden wijst uit dat het aantal ongevallen ‘per persoon’ in de periode van begeleid rijden 33 keer zo klein is als wanneer iemand na het behalen van het rijbewijs zelfstandig de weg op gaat.”

Met het rijbewijs B krijgen jongeren automatisch ook een AM-rijbewijs en daarmee toegang tot de bromfiets. “2toDrive lijkt in beperkte mate tot meer gebruik van de bromfiets te leiden”, aldus de SWOV. Van de jongeren die nog geen bromfietsrijbewijs hadden, rijdt nu 13 procent een enkele keer en 21 procent regelmatig op een bromfiets. “Uiteraard is niet uit te sluiten dat een deel van deze jongeren als 2toDrive niet had bestaan ook een rijbewijs AM had gehaald”, zo wordt in de evaluatie aangegeven. Bij de jongeren die wel al een bromfietsrijbewijs hadden, heeft het behalen van het B-rijbewijs in 79 procent van de gevallen overigens geen invloed gehad om het gebruik van de bromfiets. In 20 procent leidde het juist tot minder gebruik van het voertuig.

VOG

In de enquête werd tevens de vraag gesteld wat de jongeren tijdens de rijlessen van hun rijinstructeurs vonden. Dit in verband met de roep vanuit de rijschoolbranche om de VOG voor rijinstucteurs vanuit de overheid verplicht te stellen, zeker nu de leerlingen in de lesauto jonger zijn dan vóór 2toDrive. Minister Schultz van Haegen laat weten: “Geen van de jongeren gaf aan zich ongemakkelijk te hebben gevoeld bij de rijinstructeur. Dit geeft voor mij geen aanleiding om een Verklaring Omtrent het Gedrag voor rijinstructeurs verplicht te stellen.”

Het is volgens de minister ‘niet proportioneel’ om een algemene verplichting op te leggen voor een ‘onduidelijk probleem’. “Bovendien zou zo’n verplichting voor rijinstructeurs leiden tot extra administratieve lasten”, zo stelt ze.

Effect

“De eerste twee stappen van de evaluatie tonen aan dat de begeleid rijden-fase in Nederland serieus wordt genomen”, zo concludeert de SWOV. “Er wordt daadwerkelijk geoefend en de meeste 2toDrivers doen dit ook regelmatig en in verschillende situaties en omstandigheden. Daarmee is in principe het doel van begeleid rijden bereikt: in relatief veilige omstandigheden ervaring opdoen voordat een jonge automobilist alleen de weg op gaat.”

Of de hoeveelheid ervaring ook voldoende is om een meetbaar effect te hebben op hun ongevalsbetrokkenheid en overtredingsgedrag als ze op hun 18e zelfstandig de weg op gaan, daarover zegt de SWOV echter nog geen uitspraken te kunnen doen. “Dat wordt in de volgende fasen van de evaluatie onderzocht.” De minister verwacht de eindrapportage van de SWOV in 2016.

Roosmarijn Dierick

Afbeeldingen: SWOV

U las zojuist één van de gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Maak gebruik van de exclusieve aanbieding

Bekijk de aanbieding

Auteur: Roosmarijn Dierick

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.