Lesvoertuig

‘Nut en noodzaak wijzigingen RRM moeten worden onderzocht’

Niet alle wijzigingen in de Regeling rijonderricht motorrijtuigen zijn nuttig en noodzakelijk. Dat concludeert het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR). Door het rapport van de ATR staat de inwerkingtreding van de ‘nieuwe WRM’ op 1 januari 2020 op losse schroeven. Het ministerie van IenW laat weten op ‘korte termijn’ een brief aan de Kamer te sturen, waarin duidelijk moet worden hoe het nu verder gaat.

Het afleggen van de praktijkbegeleiding met een leerling zonder rijbewijs en de verplichtingen met betrekking tot de stage zijn voor het Adviescollege toetsing regeldruk redenen om aan de bel te trekken. Het ATR adviseert de regering en Staten-Generaal om de regel­druk voor bedrijven, burgers, en beroepsbeoefenaren in de zorg, onderwijs, veiligheid en sociale zekerheid, zo laag mogelijk te maken. Zo’n advies is overigens vrijblijvend. De minister kan er dus voor kiezen het rapport naast zich neer te leggen.

Mogelijk minder stageplaatsen

Het doel van de wijzigingen in de Regeling is het bevorderen van de kwaliteit van stages en bijscholing van rijinstructeurs en daarmee de kwaliteit van rijonderricht. RijschoolPro zette de wijzigingen eerder al op een rijtje. Het ATR constateert nu dat niet van alle maatregelen nut en noodzaak zijn onderbouwd.

Om stagebegeleider te mogen worden is straks vijf jaar ervaring vereist, dat was voorheen drie. Die aanscherping kan ertoe leiden dat minder mensen zich melden als stagebegeleider en dat er ook minder stageplaatsen zijn, concludeert het ATR. Het college vraagt daarom een toelichting van de effectiviteit van de wijziging en om daarbij aandacht te besteden aan hoe ongewenste effecten worden voorkomen.

Leerling zonder rijbewijs

De gewijzigde Regeling bevat de verplichting voor rijinstructeurs om tijdens de bijscholing les te verzorgen aan een leerling die nog geen rijbewijs heeft en dus niet bevoegd is om te rijden. Die wijziging vormt een belemmering voor rijinstructeurs die alleen rijles geven aan leerlingen die wél een rijbewijs hebben, concludeert het college. Het ATR adviseert een aanpassing zodat een rijinstructeur tijdens de bijscholing alleen rijles hoeft te geven aan leerlingen met een vergelijkbaar ervaringsniveau als het niveau waar de instructeur in zijn praktijk les aan geeft.

Onderscheid in type instructeur

Het college adviseert bovendien om na te gaan of het mogelijk is bij de eerstvolgende wetswijziging een verschil aan te brengen in de bevoegdheid van rijinstructeurs naar gelang zij rijles geven aan leerlingen die wel en niet al rijbevoegd zijn. Dat betekent in de praktijk dat er een WRM-pas komt voor instructeurs die lesgeven aan leerlingen mét rijbewijs en een andere pas voor instructeurs die lesgeven aan kandidaten zónder rijbewijs.

Om de werkbaarheid van de regelgeving te waarborgen adviseert het ATR om duidelijk te maken wanneer het voorstel in werking treedt. De datum die nu op de planning staat is 1 januari 2020.

Reacties uit de sector

De kritiekpunten in het rapport van het adviescollege komen overeen met de reacties uit de sector die bij de internetconsultatie naar boven zijn gekomen. De openbare reacties zijn te verdelen in twee categorieën: enerzijds is er bezwaar tegen de ‘echte rijbewijsleerling’ tijdens de praktijkbegeleiding, anderzijds wordt bezwaar gemaakt tegen de wijzigingen in het stagetraject van de rijinstructeur. RijschoolPro gaf eerder al een overzicht van deze bezwaren.

Haalbaarheid van 1 januari

De haalbaarheid van 1 januari staat met het rapport enigszins op losse schroeven. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat er wordt gewerkt aan een reactie. Die moet er op ‘korte termijn’ zijn, waarschijnlijk in de loop van volgende week.

Het ministerie bereidt een reactie voor op het rapport van het ATR én op alle reacties die uit de internetconsultatie zijn gekomen. Nogmaals een kanttekening: het ministerie is vrij om te bepalen wat er gebeurt met het advies. Het kan dus zijn dat zij het naast zich neerleggen of pas na invoering van de wijziging kijken naar een volgende aanpassing. Mocht de inwerkingtreding worden uitgesteld, dan is het waarschijnlijk dat dit met één of twee kwartalen is.

Gevolgen uitstel

Een van de wijzigingen in het Besluit rijonderricht motorvoertuigen heeft te maken met het aantal praktijkbegeleidingen die een instructeur moet afleggen om de bevoegdheid te behouden. Volgens het nu geldende Besluit moeten er twee praktijkbegeleidingen worden gedaan, zodra de wijziging in werking treedt is dat er nog één. Ook de sanctie bij onvoldoende resultaat van de praktijkbegeleiding verandert. Dat de wijziging mogelijk later dan 1 januari in werking treedt, betekent voor sommige instructeurs dat zij alsnog een tweede praktijkbegeleiding moeten afleggen en dat de sanctie nog in stand blijft.

Handige links: 

Lees ook:

Onderwerpen: , ,

Auteur: Rieneke Kok

Rieneke Kok is journalist voor RijschoolPro

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.